Anarchistisch Kollektief Gent - Wat is anarchisme volgens het Anarchistisch Kollektief Gent

Uit Anarchief
Ga naar: navigatie, zoeken



Wat is anarchisme?

Volgens het Anarchistisch Kollektief Gent

_______________ Inleiding

Wat willen anarchisten? Utopia

Hoe ziet de huidige maatschappij eruit?

Hoe gaan we ermee om?

Een libertaire geschiedenis

Anarchisme vandaag

Suggesties


Vrij te versprijden en kopiëren * Copyleft © 2013

  • Anarchistisch Kollektief Gent

anarchistischkollektief.wordpress.com

anarchistischkollektief@riseup.net

  • Anarchistische infotheek

Sparrestraat 1a, 9000 GENT

woensdag van 14u tot 18u

zaterdag van 14u tot 17u

www.anarchie.be/infotheek/info.php

infotheekgent@yahoo.com

  • Anarchistisch Centrum

Sparrestraat 1A, 9000 Gent

volkskeuken op woensdag en vrijdag vanaf 19u30

www.anarchie.be/AC assezcollectief@gmail.com

  • Acrata

Groot Eilandstraat 32, 1000 Brussel

www.acrata.be acrata@post.com

  • Anarchistische Pinksterlanddagen

www.pinksterlanddagen.nl

  • Infomania

www.anarchie.be/infomania

  • Kraakforum www.kraak-forum.nl
  • AFAQ (anarchist frequently asked questions)

www.infoshop.org/page/AnAnarchistFAQ

  • Alternatiefe boekenbeurs www.aboekenbeurs.be


Nog meer lectuur te vinden op

The anarchist library (www.theanarchistlibrary.org)

Pierre-Joseph Proudhon - Système des contradictions économiques: Philosophie de la misère

Ravachol - Verboden toespraak

P. Kropotkin – Mutual aid

Alfredo M. Bonanno - The anarchist tension

Do or die – Down with the empire, up with the spring

Peter Gelderloos - Anarchy Works (on an anarchist economy)


Het Anarchistisch Kollektief Gent is een groep studenten en andere leergierigen die zich verenigen rong het thema anarchisme en de strijd tegen alle soorten onderdrukking. Zij vinden het nodig om op te komen voor een andere wereld en zien de noodzaak in van een antiautoritair alternatief.

In dit zine tracht het Anarchistisch Kollektief Gent een basisinleiding te geven tot de ideeën en praktijken van het anarchisme. De visie die hier te lezen valt, kan echter niet volledig zijn. Er zijn immers even veel anarchismen als anarchisten en iedereen houdt er zijn of haar eigen filosofie op na. Ga als je meer wil te weten komen, dus zeker op zoek naar meer literatuur, websites, groepen en individuen.


Utopia: Wat anarchisten willen

Anarchisten streven naar anarchie. Dat woord is uit het oud Grieks ontleend (an-archie, 􀁄􀁑􀀐􀁄􀁕􀁆􀁌􀁄) en staat voor: geen heerschappij. Anarchisten dromen dus van een wereld zonder onderdrukking. Ze verdedigen immers dat ieder individu gelijkwaardig is. Belangrijk is dat gelijkwaardigheid en gelijkheid niet het zelfde betekenen. Ze willen geen eenheidsworst zien waar iedereen zich uniform gedraagt en identiek wordt. In tegendeel pleiten ze ervoor dat iedereen de gelijke kansen krijgt om zichzelf in alle eigenheid te ontplooien. De een is even veel waard als de ander en niemand verdient bepaalde privileges. Het anarchisme steunt op het libertaire denken. Het ultieme doel is dus een wereld waarin ieder individu vrij is. Maar vrijheid kan een ambigu begrip worden. Wat is vrijheid als anderen niet vrij zijn? Aangezien iedereen gelijkwaardig is, houdt iemands vrijheid voor anarchisten in dat ook de vrijheid van anderen gerespecteerd blijft. Vrijheid en verantwoordelijkheid kunnen we als synoniem beschouwen. Wie niet door een hogere autoriteit wil gedicteerd worden, dient zichzelf te kunnen organiseren en verantwoordelijkheid dragen. Wat anarchisten niet onder het begrip anarchie verstaan, is een absolute rommelhoop. Om een chaotische warboel te voorkomen die weer tot nieuwe onderdrukking en onvrijheden leidt, is het belangrijk niet dat er autoriteit bestaat binnen groepen, maar affiniteit. Als je bijvoorbeeld op vakantie wil gaan, bekijk je met wie je goed overeen komt, wie dezelfde wensen heeft, etc. Je wenst geen sterke leider die iedereen gewoon dwingt om dit of dat te doen met die mensen. Je organiseert je leven op basis van vrije associatie met andere individuen met wie je een affiniteit deelt. Dit betekent dat je dezelfde muziek leuk vindt, of dezelfde leeftijd hebt, naar dezelfde school bent gegaan,... of wat dan ook. Kortom, het 'klikt' beter met die mensen om dat bepaald project uit te voeren. Die basis van affiniteit voelt het best aan, houdt de motivatie in stand en boekt resultaat. Dit is de meest natuurlijke en meest voorkomende manier van zaken organiseren. Op kleine schaal is dit ook simpel om te verwezenlijken. Kleinschaligheid blijkt dan ook op vele vlakken een sleutelbegrip voor anarchisten. Maar ook op grotere schaal werken anarchisten zo veel mogelijk organisatievormen uit die op affiniteit gebaseerd zijn en op respect voor de vrijheid van het individu binnen de groep. Je kan natuurlijk niet met iedereen perfect overeenkomen. Daarom blijft het belangrijk om solidariteit op te brengen, ook met individuen of groepen waar je niet altijd veel affiniteit mee voelt. Mensen met wie je niet gemakkelijk samen werkt of met wie je het over zaken oneens bent, kunnen nog steeds heel wat steun verdienen in het bredere perspectief. Dat is solidariteit. Je neemt het voor elkaar op. Aangezien alle individuen hun vrijheid moeten kunnen beleven en evenwaardig zijn, worden affiniteit en solidariteit sleutelbegrippen. Anarchisten willen de wereld die ze voorstaan, zo veel mogelijk zelf al uitbouwen in het dagelijkse leven. Ze kiezen dan ook voor kleinschaligheid tegenover de grote, onbevattelijke globalistische structuren boven onze hoofden. Zo veel mogelijk DIY (do it yourself) is de boodschap. Als je ergens zelf vat op kan hebben, des te beter. Je kan je eigen broek herstellen, je eigen groenten kweken, je eigen boontjes doppen,... Waar niet, vind je zeker wel iemand in je omgeving bij wie je terecht kan, die vaardigheden heeft als boer, kleermaker, bakker of kruidenier... De kans om hier toegang toe te hebben, behoort iedereen ter wereld toe. Denk maar aan de andersglobaliseringsslogan "Think global, act local". Ook in samenwerkingsverbanden op grotere schaal blijven de bottom-up idee en de waarden van vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en ook affiniteit belangrijk. Zodoende mijden anarchisten het werken met leiders en het opleggen van de meerderheidsdoctrine. Aangezien minderheden ook evenwaardig zijn, streven anarchisten naar het overeenkomen in consensus, zelfs al zou dit soms meer tijd vragen. Liever een goede consensus dan een slecht compromis of een wankel dictaat van een meerderheidsgroep.

Iedereen is gelijkwaardig en vrijheid is voor iedereen. Maar over wie "iedereen" is, bestaan er nog steeds verschillende interpretaties. Het is bijvoorbeeld geweten dat bepaalde anarchisten in de negentiende eeuw er nogal antisemitische kwalen op nahield. Vandaag de dag ben je als anarchist zeker en vast gekant tegen elke vorm van racisme, want alle mensen zijn gelijkwaardig. Sommigen trekken dit door naar alle dieren of zelfs alle planten en levende wezens. Er zijn er die niet noodzakelijk uitspraken doen over de absolute gelijkwaardigheid van plant en dier, maar wel overtuigd zijn dat de onderdrukking van dieren en het milieu zeker nefaste gevolgen heeft voor (de vrijheid van) de samenleving in haar geheel en het daarom voor alle levensvormen opnemen.

We kunnen stellen dat anarchisten starten vanuit de vrije ontwikkeling van het individu (ieder individu) en deze in een sociale context plaatsen, waardoor ze affiniteit en solidariteit belangrijk vinden. Verschil met kapitalistische ideologen als ze praten over vrijheid, is dat zij dat sociale en eventueel collectieve verwaarlozen. Verschil met marxistleninisten als ze praten over het sociale en de gemeenschap, is dat die de individuele vrijheid vergeten. Een uitspraak van Bakunin zegt dat “vrijheid zonder socialisme privilege en onrechtvaardigheid betekent” - waarin we het kapitalisme van de ‘American dream’ kunnen herkennen - en “socialisme zonder vrijheid betekent slavernij en brutaliteit” - waarin we Rusland onder leninistisch en stalinistisch regime zien.

Anarchisten stellen ieders vrijheid en gelijkwaardigheid voorop en vinden daarom affiniteit en solidariteit belangrijk in een samenleving. Hoe dit alles in de praktijk te brengen, is een ander paar mouwen.


VRIJHEID GELIJKWAARDIGHEID AFFINITEIT VERANTWOORDELIJKHEID SOLIDARITEIT

Hoe ziet de huidige maatschappij er uit?

Anarchisten bekijken de hedendaagse maatschappij als onderdrukkend. Enkele belangrijke begrippen waarvan we het nodig vinden er iets verder op in te gaan zijn het kapitalisme, de staat, autoritaire motivatie en mens en milieu.

Kapitalisme: Eerst en vooral kunnen we de Westerse en zeker West-Europese maatschappij zien als een kapitalistische maatschappij, d.w.z. een maatschappij waarin mensen met elkaar concurreren met het oog op winst en behoud van eigendom en dit via relatief ongestuurde en dus vrije markten. Voor het merendeel van de mensen in zo’n maatschappij betekent dit dat ze hun tijd, energie en capaciteit verhuren aan een ander in de vorm van loonarbeid.

Op basis van het bezit van productiemiddelen of het niet bezitten daarvan kun je twee abstracte klassen onderscheiden van elkaar. Zij hebben radicaal tegenovergestelde belangen. Enerzijds heb je de kapitalistische klasse, dit zijn de mensen die de productiemiddelen zoals fabrieken, machines, etc… bezitten. Anderzijds heb je de mensen uit de arbeidersklasse die dus hun arbeid verhuren aan de kapitalistische klasse omdat ze niet anders kunnen om te overleven, zij hebben immers geen productiemiddelen zoals land, machines,…. Wat er speciaal is aan de relatie tussen de verhuurder en de huurder van die loonarbeid is dat de huurders (de kapitalisten) winst maken op de gehuurde arbeid. Dit doen ze door een deel van wat de arbeider produceert niet in de vorm van loon terug te storten, maar voor zichzelf te houden. Stel dat je als arbeider acht uur werkt, dan heb je bijvoorbeeld na vier of zes uur de waarde van je loon geproduceerd, wel dan zijn de overige vier of twee uur die je werkt winst voor diegene waarvoor je werkt. Sommige mensen zullen hier misschien op zich geen problemen mee hebben, de werkgever verschaft je toch werk? Wel het is echter zo dat door die surplusafroming, die winst op je arbeid, dat de kapitalisten steeds rijker worden, en zo de sociale ongelijkheid steeds stijgt. Bovendien dwingt de competitie in de vrije markt, die ultiem enkel op winst is gericht, zowel de arbeiders als de kapitalisten om ook te concurreren met andere arbeiders en andere kapitalisten. Dit heeft als typisch gevolg dat om winsten te laten stijgen, de loonkosten zover mogelijk moeten dalen. En dit kan zeer laag zijn als er niets tegen wordt ondernomen.

Anarchisten kiezen in het conflict tussen de twee klassen de kant van de arbeiders. Het zijn immers zij die worden uitgebuit en die de eigenlijke scheppers zijn van de welvaart.

Zo kunnen we opmerken dat we bijvoorbeeld de laatste decennia steeds meer een ‘vermarkting’ zien van allerlei zaken die daarvoor ofwel niet als koopwaar werden aangeboden, ofwel niet in die mate. Om immers steeds meer winst te maken kun je twee zaken doen, ofwel de bestaande markten uitbreiden, ofwel via nieuwe technieken nieuwe markten scheppen. Zo had je vroeger geen markt voor propere lucht (emissiehandel), of voor nieren. Ook had je vooraleer de TV of zelfs radio er waren geen status als consument in de tijd dat je thuiszat. Nagenoeg niemand kon je dan bereiken met hun reclame terwijl we nu ook in onze vrije tijd vaak activiteiten uitvoeren waar iemand anders wel winst op maakt.

Iets essentieel om kapitalisme mogelijk te maken is privébezit, en meer bepaald privébezit van zaken zoals land, zoals fabrieken, machines,… Zonder dit privébezit van productiemiddelen is er geen basis om winst op te maken en dus ook niet om die winst te verzamelen. Iets wat alle serieuze socialismen als uiteindelijk doel hebben is dan ook de afschaffing van dat privébezit door dit alles collectief te maken. Als het niet wordt gekoppeld aan een autoritaire samenleving, zou dit er voor zorgen dat mensen voor het grootste deel gelijkwaardig zijn aan elkaar wat een samenleving enkel ten goede komt!1

Wat we nu wel moeten weten is dat we nooit in een ‘zuivere’ kapitalistische maatschappij leven. Hier en daar zijn er vakbonden die betere lonen en werkomstandigheden afdwingen, en hier en daar zijn er ook nog groepen die niet volledig in het kapitalisme zijn opgeslorpt zoals sommige kleine boeren en kleine zelfstandigen. Sommigen uit deze ‘middenklasse’ of ‘kleinburgerij’ kunnen nog op niet-kapitalistische wijze overleven. Ook zijn de zogenaamde klassen zich niet steeds volledig bewust van hun tegengestelde klassenbelangen (zo zullen veel rijkere werknemers sympathiseren met ideologieën van de werkgevers). Wereldwijd kan je tevens nog verschillende subklassen onderscheiden. En de klassen zelf eigenlijk zijn ook gigantisch grote verzamelingen van individuen met verschillende posities op allerhande maatschappelijke breuklijnen zoals status, rijkdom, nationaliteit, geloof, gender, opleiding …

Soms is het hierdoor niet zo duidelijk meer wie of wat nu wel of geen onderdrukker is. Je kunt uiteraard ook als arbeider anderen onderdrukken, zonder hem of haar economisch uit te buiten door er winst op te maken. De Staat: De staat zien wij als een beschermer van de sociale orde, als een verzameling organisaties die zorgen voor veiligheid voor minstens een deel van de bevolking. Die staat heeft een monopolie op geweld, zodat zij de enige factor is die een stok achter de deur heeft om haar wetten op te leggen via het gerecht, de politie en het leger. Zo is het een belangrijke 1 Gebruikseigendom verschilt van privébezit. Bijvoorbeeld bij kraken gebruikt men een ander zijn privébezit, namelijk zijn huis. Anarchisten erkennen vooral het moreel recht dat vasthangt aan gebruikseigendom.

Het is de functie van de staat om privébezit van de een tegen de ander te beschermen. Wij menen dat het staatsapparaat inherent onderdrukkend is omdat het ons regels oplegt die maar al te vaak de wil van de elites weerspiegelen.

De wetten van de staat doen zich voor als morele leidraad, maar omdat ze weerspiegelingen zijn van die elites, zijn ze onderdrukkend.

Zelfs in de parlementaire democratie hoeven de ‘verkozenen’ die wetten niet op te stellen op basis van de wil van de mensen. Ze doen dit eerder op basis van elitaire machtsmechanismen zoals lobbyen. Je kunt je zelfs de vraag stellen of iemand wel echt door een ander vertegenwoordigd kan worden.

Veel van de redenen waarom staten belangrijk zouden zijn, verwerpen wij. We denken dat de natie of het volk onbelangrijke categorieën zijn en dat de sociale herverdeling die sommige staten aanbieden onvoldoende is. De rechten die het ons gunt, zoals wonen, gelijke kansen, … zijn volgens ons geen gunsten die we van hen kregen maar zaken waar iedereen sowieso over zou moeten beschikken. Daarom erkennen we ook de plichten ten opzichte van die staat niet die daar dan tegenover staan. We denken dat de hiërarchische ordening van de staat elitair werkt en veel te veel macht in veel te weinig handen concentreert. Op basis hiervan denken we ook dat een ‘omgekeerde staat’ of dictatuur van het proletariaat wat de marxisten willen een fictie is die geen anti-autoritaire oplossing voor het kapitalisme biedt.

Autoriteit en motivatie: Heel veel in onze maatschappij is zo geregeld dat de een de ander controleert en dat de onderste op de ladder wel verantwoording moet afleggen aan de bovenste, maar niet omgekeerd. Denk maar aan het onderwijs waar men autoriteit leert gehoorzamen, de meeste werkplaatsen, of zelfs het gezin en persoonlijke relaties. We leven nog steeds in een samenleving waarin dergelijke autoriteiten en de bijhorende controle centrale plaatsen innemen. Denk maar aan de onevenwichtige verhoudingen tussen sekse, etnische groepen, leeftijd, diersoort,…. Bovendien is het zo dat veel machthebbers constant streven naar een uitvergroten van hun invloed. Zo zie je dat bijvoorbeeld gemeentebesturen de dag van vandaag absurditeiten gaan verbieden zoals sneeuwballen gooien, dat werkgevers de plaspauzes van arbeiders in tijd en frequentie gaan beperken, of dat er overal camera’s hangen.

Veel conservatieve en godsdienstig geïnspireerde regels verdwijnen dan wel, zoals de beperkingen op euthanasie, abortus, homohuwelijken,…. De reden waarom die verdwijnen is omdat dergelijke verboden tegen de neoliberale idee ingaan dat elk krijgt wat hij verdient. Die conservatieve regels zijn onnodig geworden om het kapitalisme in stand te houden. Op sommige plaatsen vermindert ook de controle waar dat economisch effectiever is. Geheel volgens de anarchistische visie is het zo dat mensen een taak beter zullen uitvoeren als ze ervoor gemotiveerd zijn. Die motivatie bevindt zich dan nog best in die taak zelf; dus niet in de beloning of straf die je er achteraf voor krijgt, maar gewoon omdat de taak zelf plezant is om uit te voeren, of omdat je het belangrijk vind die taak uit te voeren.

Waar we als anarchisten dan weer afwijken van de huidige tendens is dat we het betreuren dat deze kennis slechts wordt gebruikt om de markt verder te laten groeien. Die overdominante markt bevredigd ons vaak maar kortstondig en dan nog op behoeften die ons aangepraat zijn door allerlei vormen van reclame. Voor sommigen, zij die niet te hard worden aangepakt, kunnen deze vormen van moderne autoriteit en kapitalisme als een ‘gouden kooi’ aanvoelen. Wij zijn er echter van overtuigd dat ook zij een beter en waardiger leven zouden hebben zonder deze economische en sociale orde. Een beter leven want er zou meer gelijkheid en minder autoriteit zijn. Mensen zouden meer ruimte hebben voor vrije tijd, tijd waarin ze activiteiten kunnen doen die op zich interessant zijn zonder hun geluk te moeten kopen met allerlei onbenullige zaken.

Milieu en antropocentrisme: een laatste deel om deze maatschappij te beschrijven gaat over de houding die we als samenleving aannemen tegenover de niet-menselijke dieren en de planeet op zich. Vaak zien we de mens als iets dat ofwel boven de natuur staat, ofwel binnen de natuur maar als beheerder ervan. Anarchisten verschillen hier van mening over de plaats die ze de mens ten opzichte van andere dieren en milieu toedichten, maar allemaal hebben ze gemeen dat ze hierin vaak verder gaan dan veel andere politieke stromingen. Ook koppelen anarchisten veel onderdrukking van dieren en milieuvernietiging aan het kapitalisme. Dat systeem dat steeds nieuwe grondstoffen nodig heeft en er niet voor terugschrikt om, als dit de winst op korte termijn ten goede komt, zich geen zier aan te trekken van eventuele schade aan mens en milieu. Zelfs al zou je als anarchist ervan uitgaan dat de natuur geen waarde heeft op zich en slechts in dienst staat van de mens, dan nog heb je meer dan voldoende redenen om je verantwoorde-lijkheid op te nemen tegenover de slachtoffers van klimaatsverandering nu en in de toekomst.

Anarchisten zijn dus fundamenteel anti-kapitalistisch en anti-autoritair. Als je de mens, andere dieren en deze hele planeet waardeert dan is het eigenlijk een ‘logische’ keuze om liever een systeem te hebben dat niet draait op uitbuiting en onderdrukking van mens en dier, op plundering van deze planeet en op hiërarchische begrenzing van onze levensmogelijkheden.


Wat doen we er aan?

De huidige samenleving is onverenigbaar met het anarchisme zoals wij het begrijpen. De inherente competitie en de drang naar steeds meer staan haaks op de solidariteit en het “van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte” van het anarchisme1. Anarchisten zien deze maatschappij als een aanval op de vrijheid, iets dat meer en meer duidelijk wordt door de vergroting van het controleapparaat door de staat: meer politie op straat, overal camera’s, aansporing van de mensen om hun buren te verklikken, etc. Ook de samenleving ziet anarchisten als een gevaar; met hun anti-autoritaire en antikapitalistische principes brengen ze de algemeen aanvaarde alomtegenwoordigheid van het hiërarchisch gestructureerde “democratische” kapitalisme aan het wankelen. In de praktijk betekent dit dat als je een anarchist bent, je de facto in strijd bent met de huidige samenleving. “Strijd” moet hier niet noodzakelijk begrepen worden als een fysieke strijd met wapens, maar een kijk op de wereld. Als anarchist wil je een geheel andere wereld verwezenlijken, die compleet verschilt van deze samenleving, en dus wil je deze samenleving tot as reduceren om hem erna als een feniks opnieuw te laten verrijzen in het nieuwe. Anarchisme is dus een 1 “van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte” is een anarchistisch principe waarbij taken en goederen verdeeld worden gelang de mogelijkheden en behoeftes die personen hebben. Als bv. 5kg graan verdeeld moet worden onder 6 personen, stemt iedereen in dat ze niet meer of minder nemen dan noodzakelijk. Dit is geen absoluut eerlijke verdeling (niet iedereen krijgt even veel), maar wel relatief eerlijker aangezien iedereen neemt wat hij/zij nodig heeft en de rest aan een ander laat. Dit principe is geënt op het vertrouwen dat de ander dit systeem niet misbruikt, en gaat in tegen de jaloezie en competitie die in deze samenleving gepaard gaan als een ander meer neemt/bezit.

revolutionaire beweging: in plaats van beetje bij beetje te sleutelen aan het huidige systeem om het mooier te maken (reformisme), willen we een compleet nieuwe samenleving. Dat strijdperspectief tegenover de hedendaagse onderdrukkende samenleving vertaalt zich in een diversiteit aan tactieken. Enerzijds het opbouwen van alternatieven voor de manier waarop dingen werken vandaag (waardoor onze feniks dus al aan het rijzen is) en het sensibiliseren van anderen over de problemen van het alledaagse leven, maar ook het fysieke tegenwerken van bepaalde doelen die meehelpen om anderen te onderdrukken.

Het opbouwen van alternatieven kan zich vertalen in het werken aan alternatieven voor de huidige landbouw, maar ook manieren van samenleven en wonen met anderen, manieren van beslissingen nemen en “directe” of “basisdemocratie” behouden en versterken, weggeefwinkels opzetten waar alle kleren gratis mee te nemen zijn en volxkeukens opzetten waarbij vrijwilligers voor grote groepen mensen koken. Het sensibiliseren van anderen vertaalt zich in het schrijven en verspreiden van pamfletten en kranten, het opstellen van discussieavonden en infomomenten, een kritische film laten zien, of politieke cafépraat verkopen,... Het fysieke tegenwerken gaat meestal om het saboteren van bepaalde doelen die onderdrukking teweeg brengen, zoals reeds gezegd. Enkele voorbeelden hiervan zijn het blokkeren van wapentransporten, waardoor de oorlogslogistiek (mogelijk tijdelijk) in de war gestuurd wordt. Een voorbeeld dichter bij huis zijn allerlei kleine sabotages die de bouw van het nieuw gesloten centrum voor de deportaties van ongewenste sans-papiers (Steenokkerzeel 127 tris) met twee jaar vertraagd hebben. Materiële of economische schade voor de onderdrukker en het vertragen van het proces zijn hierbij de voornaamste doelen. De diversiteit aan tactieken is uiteraard niet beperkt tot de voorbeelden die hier gegeven werden, en aangezien anarchisme bouwt op de ideeën van iedereen, zijn de aanvullingen en opmerkingen hierop oneindig.

Een belangrijk onderscheid voor het anarchisten is dat tussen directe en indirecte actie. Directe actie wordt begrepen als een direct ingrijpen om een doel te bereiken, waar indirecte actie dat doel probeert te bereiken via omwegen. Je begaat een directe actie als je iets bepaald wilt bereiken en je onderneemt zelf (alleen of met anderen) autonoom actie om dat doel te bereiken. Een bos bezetten opdat het niet gekapt kan worden, is een directe verhindering van de kap van dat bos. Maar ook het kweken van je eigen groenten om jezelf te voorzien is een directe actie. Bij indirecte actie val je terug op derden, en wordt je doel niet onmiddellijk bereikt. Deze derde personen kunnen ofwel autoriteiten zijn, ofwel mensen die je wil aanzetten tot nadenken of actie. Duidelijke voorbeelden van indirecte acties via autoriteiten zijn het afleveren van petities of lobbyen. Een indirecte actie waarbij je anderen wil laten nadenken is bijvoorbeeld een flash mob over militarisme. Het leger wordt hierbij niet direct tegengehouden, maar men probeert mensen te doen nadenken over dat leger en hiermee valt men dat leger indirect aan. Directe en indirecte acties kunnen ook symbolisch zijn. Dan probeert men door de actie een punt duidelijk te maken. Anarchisten kiezen over het algemeen voor directe actie of indirecte actie die niet aan autoriteiten gericht is; bij het vragen aan autoriteiten om bepaalde zaken te bekomen, erkent men diens autoriteit, iets wat niet veel anarchisten rap zullen doen.

Directe of indirecte actie heeft dus niets te maken met de felheid of gewelddadigheid van een actie. Sommige gewelddadige acties zullen symbolische indirecte acties zijn. Een voorbeeld hiervan is het inslaan van de ruit van een bank, waarbij men die bank fysiek aanvalt, maar ze niet echt hindert. Het is meer een symbool voor de onrust over het banksysteem en de economie, dan een echte directe actie. Ook directe acties kunnen symbolisch zijn: het proberen uittrekken van de ggoaardappelen in Wetteren in 2011 was een directe actie (we willen geen ggo, dus: uittrekken!) die ook symbolisch was: men wou een thema aankaarten. De lijn tussen direct en indirect is niet steeds duidelijk. Een voorbeeld daarvan is de boicot. Men weigert actief bepaalde practijken te steunen: men grijpt dus direct in het eigen leven in en kan het doel zo mogelijk financieel hinderen. Maar als de schaal klein blijft, kan het doel haar werk redelijk ongehinderd voortzetten en blijft deze permanente actie tegelijkertijd vrij symbolisch.

Een belangrijk aspect van de anarchistische manier van omgaan met zowel de aanval tegen de huidige samenleving als het opbouwen van een nieuwe wereld, is de zelforganisatie. Men neemt zelf initiatief om met anderen samen te zitten rond een thema (aanval, opbouw, sensibilisering of een combinatie). Als we wachten tot een leider ons komt vertellen wat en wanneer we dingen moeten doen, komt de verandering er mogelijk nooit. Zelf in actie komen dus! Ook belangrijk is dat anarchisten geen blauwdruk voor een nieuwe samenleving willen maken en ook geen methodiek voor alle anderen om te volgen. Als verschillende mensen samenzitten, komen er verschillende ideeën uit de bus. Wat jij met jouw collectief of informele groep beslist, zal waarschijnlijk niet beslist worden door een andere groep. Jullie kunnen voor die andere groep niet beslissen wat nu best of best niet is, dat moeten ze zelf doen. Het niet voor anderen beslissen is een nietautoritaire manier van met elkaar omgaan. Uiteraard kan en moet er gediscussieerd worden over methodes, maar bepalen dat jouw manier de beste is voor iedereen, wordt waarschijnlijk niet getolereerd. Dit is omdat anarchisten dogmatisme willen tegengaan. Andere omstandigheden vereisen andere methodes en jij kan niet voor alle situaties gaan uitdokteren wat nu die éne goeie manier is. De meeste anarchisten beseffen dat ze niet alwetend zijn en de waarheid niet in pacht hebben, daarom zullen ze sneller in discussie gaan over methoden, dan je vertellen dat hun methode de enige goede is.

Verschillende methodes leiden tot een diversiteit van tactieken. Je moet niet met ieders tactieken akkoord gaan. Sommigen zullen de gewelddadige acties van anderen afkeuren, terwijl anderen het opbouwen van alternatieven dan weer niet als priorirair zien. Aangezien er waarschijnlijk geen twee anarchisten zijn die het 100% met elkaar eens zijn, is dit normaal. Het belangrijkste is dat we elkaar niet gaan tegenhouden en ondanks een verschil in tactiek solidair zijn en elkaar ondersteunen. Als er bijvoorbeeld een actie gebeurt waar je het niet mee eens bent, en iemand vraagt je wat je er van vindt, kun je in plaats van te zeggen “Met zo’n onzin heb ik niks te maken!!!”, zeggen dat het niet jouw methode is, maar dat je begrijpt waarom ze het doen, en je hun analyse deels deelt. Maar we zijn hier natuurlijk niet om te zeggen hoe je je altijd moet gedragen, anders zouden we in onze eigen voet schieten! En hoe zit het met geweld? Zoals bij waarschijnlijk alles, is daar geen eensgezindheid over. Om te beginnen benoemen verschillende individuen andere zaken als geweld. Onder veel anarchisten lijkt er vandaag de dag het idee te leven dat een zeker niveau van geweld onvermijdelijk is als we ooit een andere maatschappij willen bereiken. De staat voert oorlog tegen al wie een gevaar voor haar vormt (boetes, gevangenis, intimidatie, fysieke repressie…) en zal waarschijnlijk nooit vanzelf verdwijnen. Zelfs als de staat en het kapitalisme ooit overbodig worden omdat het merendeel van de mensen hen verwerpen, zullen ze waarschijnlijk niet vanzelf verdwijnen. Teveel mensen hebben baat bij het voortbestaan van dit systeem, omdat ze er geld en macht mee binnenrijven. Als er dan ooit een groot deel van de mensen zegt “Wij willen jullie niet meer!”, gaan zij niet plots vrijwillig verdwijnen. (Ook al hopen we van wel.) Ze gaan hun macht en geld waarschijnlijk bikkelhard verdedigen. Het bestaan van de staatsveiligheid bewijst dat het systeem in stand houden een erg belangrijk doel is voor de staat. Ook dat de politie de staat beschermt tegen het volk en niet omgekeerd, wijst in die richting. Omwille van deze reden zien verschillende anarchisten het gebruik van geweld, en het creëren van breukmomenten en sociale opstanden, als een legitiem middel om een einde te maken aan onze onderdrukkende maatschappij. Het gebruik van geweld is een vorm van machtsuitoefening. Is dat dan niet iets wat anarchisten willen vermijden? Zeker, er zijn waarschijnlijk niet veel anarchisten die geweld verheerlijken en prijzen: het wordt meestal als een noodzakelijk kwaad gezien. De huidige samenleving gebruikt veel geweld (fysiek, financieel en mentaal) om mensen binnen haar lijntjes te laten lopen. Om deze autoriteit en haar gewelddadig staatsapparaat te laten verdwijnen, is er nood aan een tegenkracht, die sterker is dan de autoritaire krachten. Geweld dient hierbij mogelijk als middel om die tegenkracht te ondersteunen en te verdedigen tegen de autoriteit, om het monopolie te breken en ook om de autoriteit en haar legitimiteit aan te vallen. Sommige anarchisten zijn echter pacifisten. Dit kan puur principieel onderbouwd zijn, omdat ze tegen die machtsuitoefening gekant zijn; of omdat ze het strategische nut ervan niet inzien. In de practijk vertaalt de anarchistische strijd zich hoe dan ook hoofdzakelijk in sensibilizering en het uitbouwen van autonome plekken en levenswijzen. In vele perioden en omgevingen blijft geweldloze directe actie ook de populairste interventie door anarchisten.


Een libertaire geschiedenis.

Het is moeilijk om een duidelijk startpunt voor een geschiedenis van het anarchisme en de libertaire ideeën te bepalen, want de basisideeën zijn eigenlijk universeel. Het is zeker zinvol om de link te maken met de westerse context van het kapitalisme, aangezien beide nauw met elkaar verweven zijn. Het kapitalisme vindt zijn oorsprong binnen de prille ‘middeleeuwse’ burgerstand als een soort marginale tegenbeweging die zich tracht te verzetten tegen de feodale machtsdriedeling tussen clerus, adel en burgerij. Ondernemingsgezinde leden van de derde stand richtten vrije steden op om daar als vrije burgers te kunnen leven, er ontstonden gilden en later banken,… Het lijkt erop dat de oorspronkelijke tegenkracht van vrije burgers er uiteindelijk een wordt die gewoon een politiek-economisch zitje wil veroveren op de troon. Zo mengen aspecten uit het ondergrondse kapitalisme zich door de jaren heen met de feodale maatschappij, met alle concurrentie en machtskantelingen van dien. Vooral in de Vlaamse en Italiaanse handelssteden gaat de ontwikkeling van het kapitalisme vooruit en ook daar komt er een hechte haat-liefdeverhouding tot stand tussen adel, clerus en kapitaalkrachtige burgers.

In de XVIIIe eeuw van de Westerse tijdrekening zien we dat de economische rol van de burgerlijke ondernemersklasse onoverkomelijk is geworden. Het grootste deel van de handel en het bankwezen ligt in hun handen en heel wat adellieden geraken verarmd. De filosofieën van de Verlichting verraden dat het hoogtijd geworden is om het tij te keren. Zij poneren dat de strenge orde van het absolutisme en de segregatie ver voorbijgestreefd zijn en dat de formele macht best gelijk verdeeld wordt bij hen die al informeel de touwtjes in handen hebben: de burgerij. In deze sfeer ontstaat de nieuwe politieke beweging van het liberalisme.

Liberale denkers pleitten fel voor de vrijheid van het individu en de afschaffing van de standenmaatschappij. Clerus en adel waren overbodig geworden, allen dienden gelijke burgers te worden. Het liberalisme was echter een veelzijdige beweging waar al snel redelijk uiteenlopende stromingen in te ontwarren vielen. Verschillende liberalen dachten heel anders over bijvoorbeeld de rol van de staat, het kapitaal en religie. Sommigen wilden gewoon de clerus wegwerken en ieder vrij laten beschikken over hun religieuze ideeën. Sommigen waren fervente tegenstanders van elke vorm van religie. Onder invloed van de opkomende vrijzinnigheid ontstonden nieuwe culten als die van de Vrijmetselaars en Illuminati. Ook over dagelijkse zeden en moraliteit liepen meningen ver uiteen tussen eerder traditioneel en uiterst libertijns. In de tijd waarin het liberalisme groot wordt, zien we sterker georganiseerde staten ontstaan. Moesten die aangemoedigd, afgebouwd, hervormd of afgeschaft worden? Sommige liberalen in die tijd zien het aanmoedigen van die staatstendens als de weg bij uitstek voor een vrij burgerschap. Sommigen menen zelfs dat het uitbouwen van sterke natiestaten voor eenheid zorgt tegenover de willekeur van de feodale heerschappijen. Anderen zijn dan weer fel gekant tegen het idee van de natie of zelfs elke vorm van staat. Zij menen dat gemeenschappen voor en door individuen in staat zijn om in alle behoeften te voorzien. Zo ontstaan er allerlei sub-stromingen als het nationalisme, communisme, collectivisme,… Maar de meest beduidende onenigheid zou uiteindelijk die worden over de rol van het kapitaal.

Toen uiteindelijk de revolutie uitbrak, trokken de liberalen samen ten strijde tegen het Oude Regime onder de slogan van de Jakobijnen: vrijheid, gelijkwaardigheid, broederlijkheid. Ondertussen begonnen ook de onderlinge strijden uitgevochten te worden. De radicaalste stroming was de libertaire. Zij stonden de volledige afschaffing voor van de kerk en de staat. Bemoeienissen door eender welk hoger instituut bekeek ze als verstikkend voor de vrijheid van het individu en dus onwenselijk. Vrijheid en zelfbeschikking voor elke persoon op aarde was heilig voor de libertairen. Nadat de revolutie finaal in de pan gehakt en afgeschaft werd in 1815, viel ook de libertaire beweging in tweeën uiteen. Een groot deel van de hoge burgerij verliet de revolutionaire methode voor de reformistische. Ze slaagden er niet in om de feodaliteit helemaal weg te werken, maar uiteindelijk wel grondig te hervormen. De nieuwe breekpunten bevonden zich vooral op economisch vlak.

Meer rechts liberalen meenden dat het kapitaal een sleutelrol had in de rechtvaardige maatschappij. Als iedereen voor zichzelf opkomt, zorgen de onzichtbare hand en de wetten van vraag en aanbod dat iedereen de eerlijke plaats in de samenleving vindt. Anderen uit de beweging meenden dat eigenbelang en winststreven in de vorm van kapitaal voor een onrechtvaardige, asociale maatschappij zouden zorgen en benadrukten de sociale kant van de zaak. Deze zogenaamde socialisten verenigden zich in de Internationale, een orgaan waarin denkers, strijders en arbeiders konden bediscussiëren hoe ze de strijd tussen kapitaal en sociaal konden beslechten in het voordeel van het proletariaat, de bezitloze klasse. Weerom was het socialisme een zeer uiteenlopende en heterogene beweging die allerlei sub-stromingen verenigde. Zoals gezegd, was ook het libertaire denken twee tegengestelde richtingen uitgegaan. Libertaire kapitalisten verdedigden de vrijheid van ieder individu om vrij van enig hoger instituut te streven naar kapitaal, macht en voldoening. Sociaal libertairen daarentegen verachtten elke kerk, staat en het kapitaal als onderdrukkende mechanismen en verwierpen zelfs volledig het privébezit. Ze geloofden in een sociale samenleving waar vrije individuen werken aan solidariteit om zo net íeders welzijn en vrijheid te verzekeren. Net als libertair socialist Pierre-Joseph Proud’hon aanvaardden ze met trots de scheldnaam ‘anarchist’ als eerbetoon aan hun ideeën. De anarchie – het ontbreken van elk gezag of heerschappij - is voor hen immers het streefdoel. Er zijn tal van interessante anarchistische bewegingen, stromingen en groepen ontstaan. We nemen even enkele gebeurtenissen onder de loepen die belangrijk geweest zijn voor het anarchisme.

Zo namen opstandige Franse milities bijvoorbeeld Parijs in handen aan het eind van de Frans-Pruisische oorlog in 1871. Toen zowel het Franse als Pruisische leger zagen dat de stad gebarricadeerd werd door mannen en vrouwen met rode vlaggen en geen nationale tricolores, panikeerden ze en sloegen de handen in elkaar. Ondertussen bouwden de inwoners van Parijs aan de zogenaamde Commune op basis van socialistische ideeën, verschillende stromingen werkten er samen om hun ideeën in de praktijk te brengen. Na een maandenlang offensief van beide staatslegers wisten ze de Commune van Parijs klein te krijgen. De klappen waren voelbaar tot in de Internationale. Die werd intussen gedomineerd door het conflict tussen vooral anarchist Mikail Bakunin en communist Karl Marx. Kort later viel de Internationale voor een eerste keer uiteen.

Een ander tekenend moment begon bij arbeidersprotesten voor betere werkomstandigheden vanaf 1 mei 1886 in Chicago. Op een massale betoging op de Hooimarkt enkele dagen later kwam het tot hevige rellen. Acht anarchisten werden onschuldig aangeduid als leiders en stokers van de onlusten en vijf ervan werden uiteindelijk ter dood veroordeeld. De internationale sociale beweging was zo onder de indruk van deze gebeurtenissen, dat ze besloten deze dag jaarlijks te herdenken met sociale protestacties.

De anarchistische geschiedenis is rijk. We zouden het bijvoorbeeld nog kunnen hebben over Maknovchina, een groot anarchistisch gebied in Oekraïne ten tijde van de Russische Revolutie. Of over figuren als de bekende schrijver Kropotkin; of Tolstoj, die zijn christendom aan anarchistische principes linkte. Of over sterke vrouwen als Emma Goldman en Voltairine Declair. Maar waarschijnlijk de bekendste episode uit de anarchistische geschiedenis start wanneer Franco en de Falangisten – extreem rechts in Spanje – de macht naar zich toe wilden trekken in 1936 en de Tweede Republiek neerhalen. Een volksfront van republikeinse en linkse groepen sloegen de handen in elkaar om de extreemrechtse troepen buiten te werken. Zo begint de Spaande burgeroorlog. Tegelijk spreekt men van de Spaanse revolutie, want de communistische en anarchistische groepen binnen het volksfront waren erop uit om met extreemrechts meteen ook het kapitalisme weg te vagen uit Spanje. Het anarchosyndicalisme stond er erg sterk en milities van onder andere de CNT (Confederación Nacional de Trabajadores: anarchistische vakbond) wisten grote delen van Spanje te beheren, voornamelijk rond Catalonië. De samenleving werd ingericht naar zo anarchistisch mogelijke principes, land en goederen werden gecollectiviseerd, arbeiders en landbouwers debatteerden voortduren over hoe de samenleving eruit zou gaan zien. Hen verbaasde het niet erg dat de kapitalistische democratieën niets ondernamen om Franco’s dictatuur tegen te houden. Wel kwamen er tal van vrijwillige strijders van her en der in Europa opduiken om de revolutionaire kameraden in Spanje te steunen in wat een voorbode voor de Tweede Wereldoorlog zou blijken. Wie wel hun leger naar Spanje stuurden, waren Hitler en Mussolini, aan Franco’s kant. Ze oefenden hun nieuwe wapens en technieken voor later. Dit deed het volksfront geen goed, dat ondertussen al verworden was tot een revolutionaire macht. Maar de revolutie ging nog veel meer ten onder aan ‘interne’ strubbelingen. Stalin stuurde immers ook zijn leger om de linkerzijde te steunen, maar eiste de herinrichting van de revolutionaire milities tot een strak georganiseerd leger met militaire discipline. Vrouwen werden verboden om nog te vechten en moesten maar gaan koken en verplegen. De POUM (Partido Obrero de Unificación Marxista) ging volledig op in het stalinistisch leger. Anarchisten weigerden zich te conformeren en gingen met de marxisten in de clinch. Soms leek het erop dat de linkse troepen meer kogels verspilden aan elkaar dan aan de rechtse dictatoriale legers. In 1939 is duidelijk dat Franco de alleenheerser van Spanje is geworden. Niet veel later startte de Tweede Wereldoorlog. En werd het anarchisme quasi uitgeroeid buiten Spanje. In Spanje zelf bleven anarchisten ondergronds actief tegen Franco.

Na WOII werd alles wat zich tegen het kapitalisme uitsprak, maar al te snel in het marxistische kamp geduwd. Ondertussen werd er tevens een generatie geboren die het flink oneens was met hun ouders die door hun verdorven cultuur twee verschrikkelijke wereldoorlogen hadden uitgelokt. Ze rebelleerden op allerlei manieren tegen het status quo. Via deze jongeren werden de ideeën die in Spanje nog ergens leefden, herontdekt. De opstanden in Parijs in mei ’68 lijken de duidelijkste uiting van deze ontwikkeling. Toch miste deze jongerenrebellie tegen het ouderlijke gezag iets van een volwaardige sociale beweging. Vanaf de jaren ’70 werd de anarchie weer populair vanuit de punkbeweging. Jongeren betogen, kraken huizen, voeren actie, weigeren vlees te eten en zetten zich af tegen de heersende orde door er subversief uit te zien en te experimenteren met allerlei drugs. Anarchie krijgt de allure van een subculturele levensstijl.

Een nieuwe impuls wordt in gang gezet wanneer de opstandige inheemse Zapatisten van Chiapas Mexico in 1994 de vierde wereldoorlog verklaren, zijnde de nog steeds woedende strijd tussen sociaal en kapitaal. Daarmee globaliseren ze hun eigen strijd. Meteen volgt een internationale weerslag. Allerlei sociale groepen verenigen zich op sociale acties die via internationale mobilisaties de dominante wereldmachtsorganen blootleggen (WTO, G8, NATO, IMF). Men heeft het over de andersglobaliseringsbeweging. Anarchisten zijn onmiskenbaar aanwezig bij deze moderne tendensen, waar Indignados en Occupy uitlopers van zijn.