Dominick, Brain A. - Dierenbevrijding en sociale revolutie

Uit Anarchief
Ga naar: navigatie, zoeken

Bestand:Dominick, Brain A. - Dierenbevrijding en sociale revolutie.pdf


Dierenbevrijding en sociale revolutie :

een veganistisch perspectief op anarchisme of een anarchistisch perspectief op veganisme


Oorspronkelijk geschreven door Brian A. Dominick onder de titel “Animal Liberation and social revolution”

Oorspronkelijk gepubliceerd als een pamflet door Critical Mess Media, 1995.

Heruitgegeven als een pamflet door Active Distribution, 2008.

Heruitgegeven als onderdeel van een pamflet door het Anarchistisch Kollektief Gent, 2013


Voorwoord: De wapens voor de revolutie slijpen

Veganisme omarmen en zich onthouden van de consumptie en het gebruik van dierlijke producten is geen eindpunt, maar een begin: een nieuwe start die de beoefenaar ervan een mogelijk geeft om alledaagse realiteiten in een ander daglicht te stellen.

Echter, over het lijden van niet-menselijke wezens en over de voordelen van een veganistische levenswijze spreken is vaak een ontmoedigende situatie voor de veganist, want meestal is de eerste reactie van zijn of haar publiek om niet akkoord te gaan met zijn of haar uitspraken. De tegenstanders van veganisme zeggen dat de manier waarop veganisten mens-dier relaties zien (d.w.z. radicaal) verkeerd is, en dat er een serieuze kost om de hoek loert bij zo'n onverholen inbreuk tegen de sociale conventies. Uiteindelijk, voorspellen ze, zal de vergissing in veganisme duidelijk worden en zal het idee uiteindelijk verdwijnen.

Op een of andere vreemde manier, echter, zijn de kritieken op veganisten correct.

Pas wanneer iemand inziet wat veganisme "onredelijk" maakt, zal die persoon de werkelijke redenering vatten achter wat het inhoudt om veganist te zijn. Pas wanneer iemand zich de vraag stelt wat er voor zorgt dat niet-veganisten veganisme als "verkeerd" bestempelen, zal hij of zij de bekwaamheid verwerven om de wantoestanden aan te duiden die de drijfveer zijn achter de weigering van veganisten van acceptatie van de gewelddadige en onrechtvaardige behandeling van niet-menselijke dieren door de mensheid. Pas wanneer de principes van veganisme worden toegepast op onrechtvaardigheid in zijn geheel, zal hij of zij inzien waarom veganisme überhaupt nodig is.

De kritieken zijn correct omdat veganisme an sich het doel waarvoor het bedoeld is, ondergraaft.

En zo gaat het dan, want de vervreemding die men ervaart als gevolg van het breken van sociaal aanvaarde normen, is vaak genoeg om iemand zijn of haar toewijding aan veganisme "in vraag te stellen".

Als een filosofie staat veganisme rechtlijnig tegenover ideologieën die het nauwst aansluiten bij de kern van het Westers denken. In tegenstelling tot de irrationele geloofssystemen waarvan heersende instituties het volk aansporen om ze te 'accepteren', dagen de principes van veganisme individuen uit om het dogma dat ze voorgeschoteld krijgen te confronteren en om nieuwe waarden en ethieken op te bouwen die gebaseerd zijn op de vooronderstellingen van compassie en rechtvaardigheid.

De bestaande geloofssystemen in vraag stellen is echter een angstaanjagend concept voor een samenleving die zich gewillig aan de dominante sociale paradigma's van de staat heeft onderworpen. Het is echter, zoals Brian Dominick in het volgende essay vakkundig aantoont, net deze confrontatie die we moeten zoeken om een werkelijke inschatting te kunnen maken van wat sociale bevrijding te bieden heeft. In de totaliteit van dit proces is veganisme slechts één van de elementen in de samengestelde structuur die sociale revolutie is.

Het is in dit licht dat Brians essay het best tot uiting komt. 'Dierenbevrijding en sociale revolutie' is een compact referentiekader ontworpen om ons te helpen bij onze poging om te bepalen welke rollen compassie, kritisch denken en rationaliteit (horen te) spelen in onze gelijktijdige deconstructie en transformatie van de samenleving. Meedogenloos in zijn queeste om de spreekwoordelijke wielen van deze transformatie in beweging te krijgen, dwingt Brian ons om de onderdrukkende ideologieën die we binnenin onszelf koesteren, in vraag te stellen en om hun linken met de onrechtvaardigheid die elk niveau van ons bestaan doordrenkt, bloot te leggen.


Brian gelooft dat elk van ons de gave heeft om tot deze noodzakelijke conclusies te komen. Het maakt niet uit of ge nen anarchist zijt die zich tot veganisme wendt, een veganist die zich tot anarchisme wendt, of geen van beide. Het enige noodzakelijke is de wil om uw mouwen op te rollen, uw wapens te slijpen en te proberen, in een gezamenlijke poging, om de kortzichtige visie die de mensheid heeft over hoe een rechtvaardige samenleving in elkaar zit, aan te vechten.

Jospeh M. Smith, november 1995.

Introductie: de veganarchisten

Dierenbevrijding en de activisten die in naam ervan actievoeren, zijn al enige tijd verwikkeld in verhitte actie en discussies. Hoewel dierenbevrijdingstheorieën en -activisme zelden door mainstream Links verwelkomd of serieus genomen worden, beginnen veel anarchisten de logica erachter te erkennen, niet enkel als een legitieme strijdreden, maar als een integraal en onontbeerlijk aspect van radicale theorie en revolutionair handelen. Hoewel de meesten die zichzelf anarchist noemen dierenbevrijding en de corresponderende levenswijze (veganisme) niet omarmd hebben, zijn er steeds meer jonge anarchisten die een ecologie- en dieromvattende denkwijze aannemen als onderdeel van hun gehele praxis 1.

Op dezelfde manier worden veel veganisten en dierenbevrijdingsactivisten beïnvloed door anarchisme en zijn rijke traditie. Dit wordt duidelijk door de groeiende vijandigheid van sommige dierbevrijdingsactivisten t.o.v. de staatistische, kapitalistische, seksistische, racistische en ageïstische orde die de intensiteit van zijn oorlog tegen niet enkel niet-menselijke dieren, maar ook hun menselijke verdedigers, aan het opkrikken is. De relatief nieuwe gemeenschap van dierenbevrijders is snel bewust aan het worden van de totaliteit van de kracht die de speciëcistische machine die de hedendaagse maatschappij is, voedt. Zoals die bewustwording groter wordt, zo zou ook de affiniteit tussen dierenbevrijders en hun meer sociaal gerichte tegenspelers, de anarchisten, moeten groeien.

Hoe meer we de gemeenschappelijkheid en de onderlinge afhankelijkheid van onze strijden, die we als vrij verschillend van elkaar bestempelden, aanvoelen, hoe meer we inzien wat bevrijding en revolutie echt betekent.

Afgezien van ons verreikend inzicht delen anarchisten en dierenbevrijders strategische methodologie. Zonder de pretentie te hebben om voor iedereen te kunnen spreken, wil ik zeggen dat zij die ik bestempel als echte anarchisten en dierenbevrijders, onze visies willen realiseren via elke manier die nodig zou zijn. We begrijpen, in tegenstelling tot wat de mainstream van ons denkt, dat lukrake vernieling en geweld het eindpunt dat we willen bereiken, niet dichterbij brengt. Maar in tegenstelling tot liberalen en progressieven, wiens doeleinden beperkt worden door hervormingen, willen we toegeven dat echte verandering alleen teweeg gebracht kan worden als we een vernietigende kracht toevoegen aan onze creatieve transformatie van een onderdrukkende maatschappij. We kunnen zoveel bouwen als we willen, en we zouden proactief moeten zijn waar mogelijk. Maar we begrijpen ook dat we enkel ruimte voor vrije creatie kunnen maken als we datgene dat bestaat om onze vrijheid te beknotten, vernietigen.

Ik ben veganist omdat ik compassie heb met dieren; ik zie ze als wezens met een waarde niet veel verschillend van mensen. Ik ben een anarchist omdat ik dezelfde compassie heb voor mensen, en omdat ik weiger om met compromis-perspectieven, halfbakken strategieën en uitverkochte objectieven akkoord te gaan. Als een radicaal is mijn visie op menselijke en dierenbevrijding compromisloos: gehele vrijheid voor allen, zondermeer.

In dit essay wil ik aantonen dat elke wijze van benadering naar sociale verandering niet enkel een inzicht in sociale relaties moet omvatten, maar ook een inzicht in de relaties tussen de mens en de natuur, waaronder niet-menselijke dieren. Ik hoop hierin ook aan te tonen waarom geen enkele aanpak van dierenbevrijding haalbaar is zonder een onderdompeling en een grondig inzicht in de sociale revolutionaire inspanning.


1 Praxis: de fusie van theorie en praktijk; een levenswijze die bewust geworteld is in sociale theorie. (Definitie van Brian)


Wat is sociale revolutie?

"Revolutie" is een van die woorden waarvan de betekenis zeer varieert van persoon tot persoon. Sterker zelfs, het is waarschijnlijk niet incorrect om te zeggen dat er geen twee mensen zijn die dezelfde opvatting hebben over wat "revolutie" nu eigenlijk is. Dit is, volgens mij, hetgeen dat revolutie zo enorm mooi maakt.

Als ik over revolutie spreek, bedoel ik een drastische sociale transformatie. Maar mijn revolutie is niet bepaald door objectieve verandering in de wereld rondom me, zoals het omverwerpen van de staat of het kapitalisme. Die zijn, voor mij, slechts symptomen. De revolutie zelf kan niet buiten onszelf gevonden worden. Ze is volledig intern, volledig persoonlijk.

Elk individu heeft een perspectief. We zien de wereld allemaal op een andere manier. De meeste mensen laten hun perspectieven echter voor zich kneden door de maatschappij waarin ze leven. De overgrote meerderheid van ons ziet de wereld en onszelf op wijzen die in ons geconditioneerd zijn door de instituties die onze levens bepalen, d.w.z. de regering, de familie, het huwelijk, de Kerk, bedrijven, school, enz. Elk van deze instituties is op zijn beurt doorgaans onderdeel van wat ik het Establishment ('de gevestigde orde') noem; een entiteit die enkel bestaat voor de instandhouding van de macht van een relatieve minderheid. Gedreven door de passie van de elite voor meer en meer macht, onttrekt het Establishment noodzakelijkerwijs macht van de rest van de wereld via onderdrukking.


"iedereen heeft een beperkt aantal tijd en energie, en tijd spenderen aan één zaak reduceert de beschikbare tijd voor een andere zaak; maar er is geen enkele reden waarom mensen die hun tijd spenderen aan menselijke kwesties, de bio-industrie niet zouden boycotten. Het kost niet meer tijd om een vegetariër te zijn dan om vlees te eten ... Als niet-vegetariërs zeggen 'dat menselijke kwesties eerst komen', kan ik me enkel afvragen wat ze dan allemaal doen voor mensen dat het hen dwingt om de zinloze, wrede uitbuiting van boerderijdieren te blijven steunen."


"Animal Liberation"

Het Establishment gebruikt een waaier aan manieren van onderdrukking; de meeste ervan zijn gewoonlijk aanvaard, maar minder vaak begrepen, en nog minder vaak verworpen en/of bestreden. Eerst is er klassisme, dat economische onderdrukking inhoudt; staatisme, de onderwerping van een volk aan een politieke autoriteit; seksisme en homoseksisme, onderdrukking gebaseerd op heteroseksuele (mannelijke) suprematie en patriarchie; en racisme, een gemeenschappelijke term voor onderdrukking gebaseerd op etnocentrisme. Naast deze wijder erkende onderdrukkingsvormen, is er nog ageïsme, de dominantie van volwassenen over kinderen en jonge mensen; en, ten slotte, de onderdrukkingen die het resultaat zijn van antropocentrisme, namelijk speciëcisme en milieuvernietiging.

Doorheen de geschiedenis is het Establishment afhankelijk geweest van deze onderdrukkende drijfveren, en heeft als resultaat ervan zijn macht vergroot en geconcentreerd. Bijgevolg werd elke vorm van onderdrukking afhankelijk van de andere. De infusie van al deze verschillende onderdrukkende drijfveren heeft geholpen bij het vergroten van en elkaar aanvullen in hun wendbaarheid en sterkte.

Dus de macht achter de instituties die ons sociaal kneden is dezelfde kracht als degene achter racisme en speciëcisme, seksisme en klassisme, en zo verder. Het zou dus redelijk zijn om aan te nemen dat de meesten van ons, als producten van de instituties van het Establishment, sociaal gekneed zijn om onderdrukking in onszelf en te midden van onszelf te koesteren.

Revolutie is het proces -het is geen evenement- van het in vraag stellen van de valse wijsheid en waarden waarin we geïndoctrineerd worden en het in vraag stellen van de acties die we geleerd werden te doen of niet te doen. Wij zijn het die de vijand is; de onderdrukkers in ons hoofd omverwerpen zal de revolutie zijn -hun constructies zien vallen in de straten zal slechts een (fantastisch!) teken zijn dat we samen aan het revolteren zijn op een verenigde, onbelemmerde wijze. De sociale revolutie is een verzameling van interne processen. Radicale sociale verandering van de objectieve toestand waarin we leven kan enkel het licht zien als resultaat van een dergelijke revolutie.


Radicaal veganisme

Nog twee woorden waarvan de betekenis vaker wel dan niet verkeerd geïnterpreteerd worden, zijn 'radicalisme' en 'veganisme'. De eigen invulling die kortzichtige en op zichzelf geconcentreerde liberalen aan deze termen gaven, heeft de potentie van hun oorspronkelijke betekenis onderuit gehaald. Zonder een monopolie op "ware" definities te claimen, zal ik mijn persoonlijke betekenissen voor deze woorden aanbieden.

Radicalisme en extremisme zijn helemaal geen synoniemen, in tegenstelling tot wat de meerderheid denkt. Het woord 'radicaal' is afgeleid van de Latijnse stam 'rad', die eigenlijk 'stam, wortel' betekent. Radicalisme is geen maatstaaf voor een level van ideologisch fanatisme, zij het link of rechts, maar het beschrijft eerder een stijl van sociale kwesties aanpakken. De radicaal, letterlijk genomen, is iemand die de oorsprong ('wortel') van een probleem zoekt zodat hij of zij daar kan toeslaan voor een oplossing.

Radicalen limiteren hun doelen niet tot hervormingen. Zij houden zich niet bezig met het wederzijds geven van inwilliging met onderdrukkers om een verzachting van de uit onderdrukking voortkomende miserie teweeg te brengen. Die manier van werken wordt meestal overgelaten aan liberalen en progressieven. Hoewel hij toegeeft dat er vaak goede dingen kunnen voortkomen uit hervormingen, is voor de radicaal niets anders dan victorie een bevredigend eindresultaat een eindresultaat dat wordt bepaald door revolutionaire verandering in de 'wortels' van onderdrukking.

Naar mijn definitie is strikt vegetarisme geen veganisme. De weigering om producten van niet-menselijke dieren te consumeren is, hoewel een fantastische levenswijze, op zichzelf geen veganisme. De veganist baseert zijn of haar keuze op een radicaal begrip van wat dierenonderdrukking echt is, en zijn of haar keuze van levenswijze is in hoge mate geïnformeerd en gepolitiseerd.

"Sommige dierenverdedigers denken dat de erkenning van dierenrechten verzet tegen abortus inhoudt. Niets kan verder van de waarheid afstaan. Abortus is een uniek moreel probleem dat zich nergens anders in de maatschappij voordoet. Zelfs als een foetus beschouwd wordt als een rechthebbend "persoon", leeft deze ondergeschikte rechtspersoon in het lichaam van een primaire rechthebbende - de moeder. We kunnen of de beslissing om de zwangerschap te beëindigen overlaten aan de moeder, of aan een blanke mannelijke wetgever of rechter die niet zwanger kan worden. In onze patriarchale samenleving zijn dat de enige keuzes die we hebben. Volgens onze visie dwingt verzet tegen onderdrukking ons om de vrijheid van keuze te steunen ongewoon voor zelfbenoemde veganisten om hun zorgeloze consumptie van bedrijfsproducten te rechtvaardigen door te stellen dat dieren hulpeloos zijn terwijl mensen dat niet zijn. Veel vegetariërs zien de geldigheid van mensenbevrijdingsstrijden niet in, of zien ze als minder belangrijk t.o.v. die van dieren die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Een dergelijke denkwijze legt niet enkel de onwetendheid over menselijke onderdrukking van de liberale vegetariër bloot, maar ook zijn of haar onwetendheid van de diepgewortelde verbondenheid tussen het grote kapitalistische systeem en de industrieën van dierenonderdrukking.

Naar mijn ervaring hebben veel mensen die zichzelf veganist en dierenbevrijdingsactivist noemen, weinig of geen kennis van sociale wetenschap; en vaak is wat ze dan wel "weten" over de relaties tussen de samenleving en niet-menselijke natuur, beladen met misvattingen. Het is bijvoorbeeld niet ongewoon voor veganisten om te argumenteren dat de consumptie van vee de oorzaak is van de honger in de wereld. Want uiteindelijk, meer dan 80% van de graanoogst in de VS wordt aan vee gevoed, en dat zou meer dan genoeg zijn om de honger de wereld uit te helpen. Het lijkt logisch om te besluiten dat het einde van de menselijke consumptie van dieren in VS het einde van de wereldhonger zou inleiden. Vegan guru John Robbins lijkt aan dit idee vast te houden.

Deze redenering klopt niet! Als Noord-Amerikanen volgend jaar zouden stoppen met vlees eten, is het onwaarschijnlijk dat één enkele hongerige gevoed zou worden met nieuw vrijgekomen graan vanuit de VS. Dit is omdat het probleem van wereldhonger, zoals dat van "overbevolking", niet is wat het op het eerste zicht lijkt. Deze problemen hebben hun oorzaak niet in de beschikbaarheid van goederen, maar in de toewijzing van goederen. Elites hebben schaarsheid een strikt beperkte voorziening van goederen- nodig om twee grote redenen. Ten eerste, de marktwaarde van goederen daalt aanzienlijk als de beschikbaar ervan toeneemt. Als het graan dat nu aan vee gevoed wordt plots beschikbaar zou zijn, zou de verandering de prijs van graan door de grond doen zakken en de winstmarge ondermijnen. Anderzijds hebben elites met investeringen in de graanmarkt belangen die rechtstreeks overeenstemmen met die van de elites die deel hebben in de dieren- en vleesmarkt. Vegetariërs hebben de neiging om te denken dat groenten- en graanboeren goede bedoelingen hebben, terwijl zij die dieren houden er slechte intenties op na houden. Feit is echter dat groenten een handelsartikel zijn, en degenen met financiële belangen in de groentehandel willen hun product niet beschikbaar maken als dat meer kweken voor minder winst betekent.

Ten tweede, het is zo dat de nationale en globale distributie van voedsel een politiek instrument is. Overheden en internationale economische organisaties manipuleren nauwlettend water- en voedselvoorzieningen om ganse populaties te controleren. Bij momenten kan voedsel achtergehouden worden van een hongerig volk als middel om ze zwak en meegaand te houden. Op andere momenten is de voorziening ervan deel van een strategie om onrustige populaties op de rand van revolte te paaien.

Met dit in het achterhoofd wordt het aannemelijk dat de overheid van de VS, zo strikt gecontroleerd door private belangen, de niet-productie van graan zou subsidiëren, "om de industrie van instorten te redden". Boeren zouden waarschijnlijk betaald worden om geen graan meer te verbouwen, of om hun oogsten te vernietigen.

Het is niet voldoende om de vleesindustrie te boycotten en te hopen dat goederen herverdeeld zullen worden om de hongerigen te voeden. We moeten een systeem opbouwen dat effectief gericht is om te voldoen aan menselijke noden, wat een sociale revolutie impliceert.

Dit is slechts één van de vele verbanden tussen dierlijke en menselijke uitbuiting, maar het illustreert de nood aan een totale revolutie op een goede wijze. Enkel een revolutie in de relatie tussen mensen en dieren is erg nauw gefocust en wordt in feite voorafgegaan door de eigenheid van de moderne samenleving zelf. Eén reden waarom dieren in de eerste plaats uitgebuit worden, is omdat hun uitbuiting geld opbrengt. Vegetariërs hebben de neiging vooral dit te begrijpen. Maar de vleesindustrie (inclusief zuivel, vivisectie2, enz.) is geen geïsoleerde eenheid. De vleesindustrie zal niet vernietigd worden totdat het marktkapitalisme vernietigd is, want het is deze laatste die impulsen en initiatief aan de eerste geeft. En voor kapitalisten is het vooruitzicht van gemakkelijke winst door het uitbuiten van dieren onweerstaanbaar.

Winstvooruitzicht is niet de enige sociale factor die dierenuitbuiting aanmoedigt. Inderdaad, economie is slechts één vorm van een sociale relatie. We hebben ook politieke, culturele en interpersoonlijke relaties, en van elk van deze relaties kan bewezen worden dat ze het idee dat dieren bestaan voor menselijk gebruik beïnvloeden.

De Christelijke Bijbel, en westerse religies in het algemeen, zijn vol van referenties naar het zogezegde "goddelijk recht" van mensen om onze niet-menselijke tegenhangers voor onze eigen noden te gebruiken. Op dit moment in de geschiedenis is het absurd voor iemand om zelfs maar te denken dat mensen dieren móéten uitbuiten. We kunnen slechts weinig bereiken via het lijden van niet-menselijke dieren. Maar blijkbaar zei God dat we ze kunnen gebruiken, dus blijven we dat doen, ondanks het feit dat we tot een punt gekomen zijn waar we elke echte nood aan hen, die we vroeger misschien hadden, verloren zijn.

Zij die aan vivisectie doen, beweren dat we kunnen leren van niet-menselijke dieren, en ze gebruiken deze bewering om de marteling en moord op voelende wezens te rechtvaardigen. Radicalen moeten realiseren, zoals veganisten, dat het enige dat we van dieren kunnen leren is hoe we op een gezonde en degelijke manier met onze omgeving kunnen samenleven. We dienen dieren te observeren in hun natuurlijke omgeving, en hun relaties met de natuur nabootsen, waar toepasbaar. Een dergelijk begrip van harmonie tussen mensen en de natuur zal op een dag meer levens redden en er waarde aan geven, dan genezing voor kanker vinden door de "wetenschap" van dierenmarteling ooit zal doen. Al bij al is de oorzaak van de meeste kankers de menselijke mishandeling van de natuur. Geen enkele radicaal zou een antwoord voor zo'n probleem verwachten in de verdere vernietiging van de natuur door dierproeven.

De correlaties tussen speciëcisme en racisme -tussen de behandeling van dieren en die van mensen met een gekleurde huid- zijn ook reeds expliciet (en grafisch) aangetoond. In haar boek The Dreaded Comparison: Human and Anima/ Slavery maakt Marjorie Spiegel op slimme wijze verbazingwekkende vergelijkingen tussen de behandeling van dieren door mensen en de behandeling van "inferieure rassen" door blanken, bewerend dat "ze rond dezelfde basisrelatie gebouwd zijn; die tussen onderdrukker en onderdrukte". Zoals Spiegel illustreert, is de behandeling van niet-blanken door blanken historisch verrassend vergelijkbaar met die van niet-menselijke dieren door mensen. Beslissen dat één vorm van onderdrukking legitiem is en een andere niet, is het bewust beperken van iemands begrip van de wereld; het is uzelf in vrijwillige onwetendheid brengen, vaker wel dan niet voor persoonlijk gemak. "Eén strijd per keer," zegt de monistische" denker, alsof deze met elkaar verbonden dynamieken gesteriliseerd en van de relatie tot elkaar onttrokken kunnen worden.

Mannelijke dominantie in de vorm van patriarchie and speciëcisme, voortgebracht door antropocentrisme, werd met poëtische helderheid aangetoond door Carol Adams in haar boek The Sexual Polities of Meat. Feminisme en veganisme hebben veel gemeen, en ze hebben beiden veel om aan en van de ander te leren. Na het maken van concrete vergelijkingen tussen het patriarchaal perspectief en de behandeling van dieren, beschrijft Adams, en vraagt ze erkenning voor, de diepe connectie tussen veganistische en feministische levenswijzen.

Eén vergelijking tussen interpersoonlijke relaties en mens-dier relaties die, voor zover ik weet, niet grondig onderzocht is, omvat de behandeling van kinderen en jongeren door volwassen en ook de behandeling van ouderen door volwassenen. In alle gevallen worden de onderdrukten gezien als iemand die geen volledige agencv" bezit over zijn/haar daden. Zo worden zowel kinderen en ouderen bijvoorbeeld als zwak en incompetent afgeschilderd (ongeacht hun effectieve mogelijkheid tot verantwoordelijkheid). Leeftijdsdiscriminatie (ageïsme) komt voort uit iets wat ik adultocratie noem, wat refereert naar de notie dat volwassenheid bestaat uit het bezitten van een zekere aard van verantwoordelijkheid die ouderen en jongeren niet bezitten. Net zoals dieren worden zij die door ageïsme onderdrukt worden behandeld als objecten zonder enig individueel karakter of enige waarde. Ze worden uitgebuit wanneer mogelijk, verwend als ze als "schattig" bestempeld worden, maar krijgen zo goed als nooit het respect dat aan volwassen mensen gegeven wordt. Dat kinderen, ouderen en dieren levende, denkende en voelende wezens zijn, wordt op een of andere manier vergeten bij de zoektocht van volwassenen naar overheersing en macht. Niet zo verschillend van patriarchie, heeft adultocratie geen formele hiërarchie nodig: het verzekert zijn dominantie door zijn slachtoffers ervan te overtuigen dat ze inderdaad minder waard zijn dan hun volwassen overheersers. Niet-menselijken kunnen ook gemakkelijk van hun kracht ontnomen worden. Hen simpelweg elke vrijheid om een individueel karakter te ontwikkelen ontnemen is een gigantische stap in die richting.

Er bestaat geen twijfel over dat de staat aan de kant staat van zij die dieren uitbuiten. Op een paar uitzonderingen na is de wet duidelijk anti-dieren. Dit wordt bewezen zowel door de subsidiëring door de overheid van de vlees- en zuivelindustrieën, van vivisectie en het militair gebruik van niet-menselijken, als door zijn karting tegen hen die zich tegen de dierenuitbuitingsindustrie verzetten. Een politieker zal nooit begrijpen waarom de staat dieren zou moeten beschermen. Immers, elk vlak van het sociale leven ziet hun misbruik door de vingers en moedigt het aan. Handelend naar de huidige "belangen" van hun (menselijke) kiezers zal zich altijd vertalen in het, hoe absurd dan ook, handelen tegen de belangen van het dierenrijk in, een uitgebreide groep kiezers die alsnog stemrecht voor zich moet winnen.

Maar, vraagt de anarchist, als elk dier stemrecht zou krijgen en vervolgens op zou komen voor zijn/haar nood aan bescherming, zouden we dan een betere samenleving krijgen? Met andere woorden; willen we echt dat de staat tussen mensen en dieren komt te staan, of schaffen we een dergelijke barrière liever af? De meesten zullen akkoord gaan dat mensen tegen de consumptie van dieren laten kiezen zonder dwang om dat te doen, de beste optie is. Want als de drooglegging ' al zoveel criminaliteit en geweld voortbracht, stel u dan voor wat voor sociale onrust een verbod op vlees zou creëren! Net zoals de oorlog tegen drugs nooit veel zal doen tegen de problemen voortgebracht door chemische afhankelijkheid en zijn bijhorende "onderwereld", zal geen enkele legale Oorlog Tegen Vlees kans maken om de uitbuiting van dieren tegen te gaan; het zou enkel meer problemen veroorzaken. De wortels van deze problemen zitten in sociaal-gecreëerde en -versterkte verlangens om dat wat we niet echt nodig hebben te produceren en consumeren. Alles aan onze hedendaagse maatschappij vertelt ons dat we drugs en vlees "nodig hebben". Wat we echt nodig hebben, is de vernietiging van die maatschappij!

De veganist(e) moet verder gaan dan een monistisch begrip van de onderdrukking van niet-menselijken en diens wortels in menselijke sociale relaties begrijpen. Sterker nog, hij/zij moet zijn/haar levenswijze van verzet uitbreiden naar een verzet tegen menselijke onderdrukking.


2 Vivisectie: de praktijk van het testen op dieren door operaties en andere vormen van gedwongen marteling. (Definitie van Brian)

3 Monist: eender welke sociale theorie die benadrukt dat de ene vorm van onderdrukking belangrijker is dan een andere; een "één strijd"-perspectief voor de revolutie. (Definitie van Brian)


Geweld in het alledaagse leven

Weinigen zullen tegenspreken dat onze samenleving grotendeels op geweld gebaseerd is. Het lijkt wel alsof er overal waar we kijken geweld is, een perceptie die exponentieel vergroot wordt door door bedrijven gestuurde mediabeelden.

Dit geweld, als onderdeel van onze cultuur en ons bestaan an sich, heeft zonder twijfel een diepgaand effect op ons, een effect waarvan we niet moeten hopen het ooit echt volledig te zullen begrijpen. Zij die het geweld ondergaan lijden natuurlijk aan een stevige portie machteloosheid. Aangezien macht een sociaal concept is, begrijpen wij als mensen niet noodzakelijk wat het voor ons betekent. Als we machtsverlies ervaren, is een van typische reacties het laten gelden van de macht die ons nog rest. Eens we de effecten van onderdrukking geïnternaliseerd hebben, dragen we ze met ons mee, om vaak zelf onderdrukkers te worden. Het is een jammere waarheid dat slachtoffers vaak zelf daders worden, zeker omdat ze zelf slachtoffer waren. Wanneer de onderdrukking de vorm van fysiek geweld aanneemt, vertaalt dit zich vaak naar nog meer geweld.

Met dat in het achterhoofd kunnen we duidelijk zien hoe het misbruik van dieren -zowel direct zoals in het geval van het mishandelen van huisdieren, of indirect, zoals bij het eten van vlees- aan sociaal geweld gelinkt is. Mensen die zelf mishandeld worden, hebben de neiging anderen te mishandelen, en dieren zijn bij de gemakkelijkste, meest weerloze slachtoffers. Dit legt nog een reden bloot waarom zij die zich voor het welzijn van dieren inzetten, ook tegen sociale onderdrukking moeten strijden.

Verder nog, deze oorzaakgevolg dynamiek werkt in twee richtingen. Het is duidelijk gemaakt dat zij die gewelddadig zijn tegen dieren -weeral; direct of indirect- ook meer kans hebben om gewelddadig tegen andere mensen te zijn. Mensen die vegetarisch eten bijvoorbeeld, zijn over het algemeen minder gewelddadig dan zij die vlees eten. Mensen die hun huisdieren mishandelen, houden hoogstwaarschijnlijk niet daar op; hun kinderen en partners zijn vaak de volgenden.

Het is absurd om te denken dat een samenleving die niet-menselijke dieren onderdrukt, ooit mogelijk zal zijn om een samenleving te worden die geen mensen onderdrukt. Dierenonderdrukking erkennen wordt dusdanig een vereiste voor radicale sociale verandering.


5 Periode in de Verenigde Staten (1919-1933) dat de verkoop van alcohol verboden werd.


Vervreemding in het alledaagse leven

Volgens de radicaal ligt vervreemding aan de basis van onderdrukking. Mensen zijn sociale wezens. We beschikken over de mogelijkheid om mededogen te voelen. We zijn in staat om te begrijpen dat er een sociaal welzijn is, een gemeenschappelijk goed. Omdat we empathie kunnen voelen voor anderen, moeten diegenen die ons tegen elkaar willen opzetten als samenlevingen, gemeenschappen of individuen, of als mensen tegenover de natuur, ons vervreemden van de effecten van onze daden. Het is moeilijk om een mens te overtuigen een ander mens te doen lijden. Het is zelfs moeilijk om een mens te overtuigen om zonder reden en niet-menselijk dier te doen lijden, of om haar direct te laten deelnamen aan de vernietiging van haar eigen natuurlijke omgeving.

Als één samenleving ten oorlog trekt tegen een andere, is het noodzakelijk dat de leiders van de ene samenleving "de massa's" overtuigen dat de andere bevolking verachtelijk en onmenselijk is. Verder nog, de leiders moeten de echte effecten van oorlog voor het volk verborgen houden: massaal geweld, vernietiging en bloedvergieten. Oorlog is een ver-van-ons- bed-show, worden we verteld, en die "buitenlanders" die aan het sterven zijn, verdienen het.

Onderdrukkende dynamieken in sociale relaties zijn altijd gebaseerd op een wij-versus-zij onderscheid, waarbij de onderdrukkers in schril contrast met de onderdrukten gezet worden. Voor de onderdrukkers is het "wij" meerwaardig en bevoorrecht. De rijken "verstaan" dat hun rijkdom vergaard is via "eerlijke" en "rechtvaardige" methoden. Bijvoorbeeld: zowel onderdrukker als onderdrukte worden wijsgemaakt dat het het onvermogen en de onbekwaamheid van de arme die hem arm houden. Er is geen erkenning voor het feit dat economisch privilege automatisch ongelijkheid voortbrengt. Er is simpelweg niet genoeg voor iedereen wanneer sommigen toegelaten worden om meer dan hun gelijk deel te nemen. Maar de rijken worden vervreemd van deze voor de hand liggende waarheid. Ze moeten wel, anders zouden ze de ongelijkheid waartoe ze bijdragen niet kunnen rechtvaardigen.

Het is hetzelfde bij elke onderdrukkende dynamiek. Het moet wel.

De veganist begrijpt dat menselijke uitbuiting en de consumptie van dieren vergemakkelijkt wordt door vervreemding. Mensen zouden niet kunnen leven zoals ze doen -dat wil zeggen; ten koste en met lijden van dieren- als ze de echte effecten van zulke consumptie begrepen. Precies daarom heeft het late kapitalisme het productieproces volledig van de consument verwijderd. De foltering gebeurt elders, achter (strikt) gesloten deuren. Als ze toegelaten zouden worden om empathie te voelen met de slachtoffers van speciëcistische onderdrukking, zouden mensen onmogelijk met hun levens kunnen doorgaan zoals ze nu doen.

Mensen moeten vervreemd gehouden worden van de simpele logica achter veganisme. Om het wij-zij onderscheid tussen mens en "dier" (alsof we zelf geen dieren zijn!) te kunnen behouden, kunnen we niet toegelaten worden om simpele argumenten te horen die dit vals gevoel van tweevoudigheid proberen te overstijgen.

We worden verteld dat mensen complexe linguïstiek en ingewikkelde stijlen van redeneren kunnen gebruiken. Non-mensen kunnen dit niet. Mensen zijn personen, alle anderen zijn hooguit beesten. Dieren worden minderwaardig aan mensen gemaakt, niet door de natuur, maar door actieve de humanisering, een proces waarbij mensen bewust dieren van hun waarde ontdoen. Want uiteindelijk, het onvermogen om te spreken of met een "verlichte" capaciteit te redeneren onderwerpt kinderen of mensen met een serieuze mentale beperking niet aan het geweld dat miljoenen non-mensen elke dag moeten ondergaan.

Laat ons eerlijk zijn, het onderscheid tussen mens en dier is meer arbitrair dan wetenschappelijk. Het is niet anders dan één gesteld tussen "blanken" en "zwarten" of "roodhuiden" of "gelen"; tussen volwassene en kind; tussen man en vrouw; tussen hetero- en homoseksueel; autochtoon of allochtoon. Lijnen worden zonder enig schuldbesef maar met slechte bedoelingen getrokken, en we worden bijgesleuteld door de instituties die ons opvoeden om te geloven dat we aan één kant van de lijn staan, maar die lijn geheel in onze hoofden opgemaakt.

"Het vergelijken van het lijden van dieren met dat van zwarten (of gelijk welke andere onderdrukte groep) is enkel beledigend voor de speciëcist; iemand die valse denkbeelden van hoe dieren zijn heeft aanvaard. Zij die beledigd zijn door de vergelijking met een medeonderdrukte, zijn gevallen voor de propaganda die door de onderdrukkers uitgespuwd wordt. Onze gelijkenissen ontkennen is onze eigen kracht ondermijnen."

We worden in het alledaagse leven vervreemd van de resultaten van onze meest simpele acties. Wanneer we in de winkel voedsel kopen, kunnen we de ingrediëntenlijst lezen en deze vertelt ons normaal of er dieren vermoord en/of gefolterd werden in het productieproces. Maar wat leren we over de mensen die het product maakten? Werden de vrouwen minder betaald dan de mannen? Werden zwarten op de werkvloer aan blanken onderworpen? Werd een vakbond of een poging tot collectivisatie onder de werknemers gebroken? Werden er honderd mensen aan een stakerspiket vermoord omdat ze een degelijk loon eisten?

Wanneer ik, als man, met een vrouw praat, of met iemand jonger dan ik, ben ik dan dominant en heerszuchtig zoals ik door een patriarchale samenleving geconditioneerd ben om te zijn? Zie ik, als "blanke", mijzelf (zelfs onbewust) als "meerwaardig" tegenover "zwarten"? Inderdaad, beschouw ik mensen met een kleur als op een of andere manier inherent anders dan mij? We worden niet aangemoedigd dit soort vragen aan onszelf te stellen. Maar we moeten ze wel stellen. Als we vervreemding willen overstijgen, moeten we altijd kritisch zijn, niet enkel tegenover de wereld rondom ons, maar ook tegenover onze eigen ideeën, perspectieven en acties. Als we de onderdrukkers in onze hoofden willen uitvagen, moeten we constant onze overtuigingen en veronderstellingen in vraag trekken. Wat, moeten we onszelf als individuen afvragen, zijn de effecten van mijn acties, niet enkel die rondom me, maar op mijn natuurlijke omgeving?

Aangezien het een sleutelcomponent van de voortzetting van onderdrukking is, moet vervreemding vernietigd worden. Zo lang als we het lijden in het slachthuis en het vivisectielaboratorium kunnen negeren, kunnen we ook de condities in het platteland van de Derde Wereld, de stedelijke getto, het huishouden vol misbruik, de autoritaire klasomgeving enz. negeren. De mogelijkheid om gelijk welke onderdrukking te negeren, is de mogelijkheid om gelijk welke andere onderdrukking(en) te negeren.


De revolutionaire inspanning

Onszelf en onze relatie tot de wereld rondom ons begrijpen is slechts de eerste stap naar revolutie. Erna moeten we onze inzichten toepassen op een praktisch programma van actie. Wanneer ik over actie spreek, verwijs ik niet gewoon naar een wekelijkse of maandelijkse evenementen waarbij we, in samenwerking met een georganiseerde groep, onze overtuigingen uiten in een betoging, of waarbij we een geplande inval doen op een faciliteit van onderdrukking.

Actie is niet daartoe beperkt. Actie kan teruggevonden worden in onze alledaagse levens, onze routineuze en niet-zo-routineuze activiteiten. Wanneer we onze overtuigingen kracht bijzetten door er over te spreken in een gesprek, op ons werk, aan de eettafel, zijn we actie aan het voeren. In feite, of we het ons nu realiseren of niet, alles wat we doen is een actie of een reeks van acties. Dit erkennen laat ons toe onze levens om te vormen van onderdrukt en vervreemd naar bevrijdend en revolutionair.

De taak van de revolutionair is simpel: maak van uw leven een miniatuurmodel van de alternatieve, revolutionaire samenleving die ge wilt bereiken. Gij zijt een microkosmos van de wereld rondom u, en zelfs de meest kleine van uw acties hebben invloed op de sociale context waar ge deel van uitmaakt. Maak die effecten positief en radicaal van karakter.

De revolutie moet deel gaan uitmaken van onze levenswijze, geleid door inzicht en gedreven door compassie. Elke gedachte die we hebben, elk woord dat we spreken, elke actie die we doen moet wortel hebben in radicale praxis. We moeten onze verlangens bevrijden door een constante kritiek van wat we denken dat we geleerd zijn, en een voortdurende zoektocht naar wat we echt willen. Eens onze verlangens gekend zijn, moeten we handelen naar hun belang.

"Meer dan gewoon een weigering om deel te nemen aan geweld tegen niet­menselijke dieren voor voedsel, kledij, enz., is veganisme een weigering om deel te nemen aan het geweld dat de samenleving in zijn geheel aantast. Veganisme bestaat om de subtiele indoctrinatie van industrie in de kapitalistische samenleving, die de mensheid gevoelloos wilt maken voor het geweld tegen velen voor de winst van weinigen, bloot te leggen en te beëindigen."

Na uit te dokteren hoe onze samenleving in elkaar zit, en na te beslissen wat we écht willen, moeten we beginnen met het heden te ontbinden en de toekomst samen te stellen -en dat moeten we gelijktijdig doen. Terwijl we de overblijfselen van onderdrukking neerhalen, moeten we ook, met zowel focus als spontaniteit, nieuwe vormen van sociale relaties en relaties met het milieu creëren, gevormd door frisse, nieuwe instituties.

Betreffende economie bijvoorbeeld, moet er, waar er vandaag privaat eigendom is, morgen sociaal eigenaarschap komen. Waar productie, consumptie en de toewijzing van middelen vandaag gestuurd worden door irrationele marktkrachten, moet er in de toekomst een rationeel systeem komen voor de verwerving en verdeling van materiële goederen en diensten, met een focus op billijkheid, diversiteit, solidariteit, autonomie en/of wat we ook als waarden beschouwen die onze visies sturen.

Als visionair ziet de veganist de wereld vrij van dierlijke uitbuiting. Verder nog, ze beoogt werkelijk vredevolle en gezonde relaties binnenin de menselijke samenleving en diens natuurlijke omgeving. De deep ecology beweging heeft ons getoond dat niet-dierlijke natuur een waarde heeft die niet in economische termen kan omgezet worden, net als veganisten de waarde van niet-menselijke dieren hebben aangetoond, een waarde die niet door economisten berekend kan worden, maar enkel door menselijke compassie gemeten kan worden. Die compassie, bij het proletariaat aangetoond door de socialisten, bij vrouwen en homoseksuelen door de feministen, voor mensen met een andere huidskleur en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen door de multiculturalisten, bij de jongsten en de oudsten door de jeugdisten, en voor hen die aan het eind van de loop van het geweer van de staat staan door libertairen, is dezelfde compassie die gevoeld wordt door veganisten en radicale milieuactivisten voor de niet-menselijke wereld. Dat elk van ons elk van deze "types" radicalen moet worden -en hun ideologieën moeten samenvoegen tot één holistische theorie, visie, strategie en praktijk- is een waarheid waar we niet langer om heen kunnen. Enkel een perspectief en levenswijze gebaseerd op echte compassie kan de onderdrukkende bouwsels van de hedendaagse samenleving vernietigen en opnieuw beginnen met het creëren van wenselijke relaties en realiteiten. Voor mij is dit de essentie van anarchie. Niemand die er niet in slaagt alle strijden tegen onderdrukking te omarmen als zijn of haar eigen strijd, voldoet aan mijn definitie van een anarchist. Dat lijkt misschien veel gevraagd, maar ik zal nooit stoppen met het van elk menselijk wezen te vragen.


Nawoord bij de derde druk

Toen de tweede druk van dit pamflet ongeveer een jaar geleden gedrukt werd, voegde ik een kort "Nawoord" toe waarin ik mijn bezorgdheid uitte over sommige van de punten die in de originele tekst gesteld waren. In plaats van serieuze aanpassingen te maken aan de inhoud van het essay, waarvan ik nog steeds geloof dat het een stevig traktaat is, koos ik ervoor om enkele van mijn recentere conclusies betreffende het onderwerp te bespreken.

Eén van de problemen die ik nu heb met de originele tekst is mijn eigen en andermans gebruik van het begrip "bevrijding", om wat eigenlijk de vrijlating van dieren is uit menselijke uitbuiting en onderdrukking. Ik geloof dat bevrijding een specifiek menselijk concept is, veel ingewikkelder dan simpelweg fysieke kettingen verwijderen. Als een gevangene vrijgelaten wordt uit de beperkingen van opsluiting is hij of zij niet noodzakelijk "bevrijd" van de onderdrukkingen van een autoritaire samenleving. Hij of zij is enkel "vrij" uit de cel. Bevrijding -misschien wel een voor gelijk welk aards wezen onmogelijk ideaal- bereiken, staat buiten de capaciteiten van gelijk welk dier.

Men zou kunnen argumenteren dat dieren die uitgebuit en geweld aangedaan worden (en vrij duidelijk psychologisch lijden), net als onderdrukte mensen, een proces van psychologisch en subjectief herstel moeten ondergaan. Maar zelfs persoonlijk herstel, theoretisch binnen de mogelijkheden van veel niet-menselijke dieren, is.


Over bevrijding

"Hier, in de zoo, in dit soort snoer van hypnotische fascinatie, komen mensen kijken naar hun eigen instincten, opgesloten en gesteriliseerd. Alles dat eigen aan de mens is maar gesmoord werd door de kapitalistische samenleving, komt op een veilige manier terug in de zoo. Agressie, seksualiteit, beweging, verlangen, spel en de eigenlijke impulsen naar vrijheid worden gevangen en vertoond voor het bervreemde vermaak van mannen, vrouwen en kinderen. Dit is het onschadelijke spektakel waarin alles dat door mensen verlangd wordt enkel bestaat tot in de mate dat gescheiden is van de realiteit van het menselijk bestaan ... De toestand van slavernij doet meteen de vraag rijzen: 'Wat zijn de vooruitzichten van bevrijding?' Het moet nauwelijks benadrukt worden dat het concept van revolutionaire transformatie van de relaties tussen mensen en beesten [sic] vandaag de dag nagenoeg ondenkbaar is." benadrukken dat er meer achter zit. Veel te lang werd menselijke bevrijding ervaren als dat het enkel een sociaal/structureel proces was. Als we de toestand in de samenleving veranderen, worden we bevrijd. Ik geloof dat een veel meer dialectisch proces aan de orde is. We moeten ons bevrijden, als collectieven van individuen, voor we de samenleving kunnen herstructureren op zo'n manier dat ze bevorderlijk is voor bevrijding. Vooraleer we persoonlijk bevrijd kunnen worden (dat is; empowerment hebben, verlicht zijn, enz.), moeten we tezelfdertijd de samenleving en diens instituties herstructureren. Dit lijkt een soort van catch-22, waarbij we als katten achter onze staart aanlopen. Maar wanneer we dit dialectisch bekijken, als een geleidelijk, tweezijdig proces van eb en vloed, begint de moeilijkheid van de theorie van bevrijding

"Theorie zal ofwel een praktische theorie zijn -een theorie van revolutionaire praktijk-, of het zal niets zijn ... Niets anders dan een aquarium van ideeën, een beschouwende interpretatie van de wereld. Het rijk van de ideeën is de eeuwige wachtkamer van zelfverklaarde "dierenbevrijders", over het algemeen zeker toegewijde en oprechte activisten, missen gewoonlijk twee punten. Ten eerste, iemand kan enkel zichzelf bevrijden. Het meeste dat we voor andere kunnen hopen doen is hen vrijlaten van de beperkingen die zelfbevrijding voorkomen. Ten tweede, enkel zij die de complexiteit van hun eigen onderdrukking kunnen begrijpen, kunnen het tegengaan door een proces van bevrijding. Voor ontelbare eeuwen al hebben de beste pogingen van mensen tot vrijheid zich vertaald in wanhopige strijden om simpelweg vrij te zijn van de autoritaire opleggingen van een onderdrukkende samenleving. Net zoals gekooide dieren is er weinig anders in onze mogelijkheid geweest dan de vernietiging van de kooi zelf. Anders dan gekooide dieren echter, hebben wij het potentieel om te begrijpen waarom de kooi in de eerste plaats bestaat. We weten dat er altijd meer kooien zijn, en tot we de sociale machine die kooien (voor zowel mensen als niet-mensen) produceert vernietigen, is het dichtste dat we kunnen verwachten bij vrijheid te komen kortstondige en relatieve vrijheid.


Veganisme herdefiniëren

Ik zou ook graag enkele van mijn definities verklaren, eerst en vooral "veganisme". Ik geloof dat mijn originele definitie accuraat was, maar verwarrend in het licht van de rest van het essay; niet verschillend genoeg van wat ik "vegetarisme" noem. Laat mij duidelijk zijn: veganisme is het bewust onthouden van acties die bijdragen, direct of indirect, aan het lijden van voelende wezens, mensen of dieren, om ethische redenen. Mensen komen bij veganisme uit via twee voorname wegen: bezorgdheid om dierenrechten/welzijn/bevrijding, en bezorgdheid om de natuurlijke omgeving (ernstig geschaad door het grootschalig houden van dieren). Onthouding van de consumptie van dierlijke voeding is gewoon vegetarisme. Onthouding van het eten van vlees, gewoonlijk als "vegetarisme" bestempeld, wordt correct gezien "lacto-ovo vegetarisme", want de beoefenaars hiervan blijven melkproducten en eieren consumeren. De meeste vegetariërs eten zo omdat hun dieet gezonder is dan vlees eten. Ze hebben dus verder geen reden om te stoppen met het dragen van leer, het kopen van producten die op dieren getest werden, en zo verder.6

Het is belangrijk om te vermelden dat veganisme geen absolute staat van zijn is. Eerst en vooral zijn er veel interpretaties van wat een bewust wezen 7 is. Sommigen beweren dat alle dieren, van zoogdieren tot insecten, het volledig verdienen om in die categorie opgenomen te worden. Aan het uiterste punt zijn zij die geloven dat zowel planten als dieren lidmaatschap verdienen, en dus enkel fruit en noten eten (deze mensen worden doorgaans "fruitariërs" genoemd). Anderen benadrukken dat veel dieren, waarvan niet aangetoond kan worden dat ze een individuele wil, afgetekend karakter, complexe zenuwsystemen of enige vorm van emotie hebben, zoals insecten en schaaldieren, niet "bewust" zijn volgens hun definitie. Ik heb hier geen plaats om volledig in het debat te duiken, maar laat het volstaan om te zeggen dat wat iemands definities ook zijn, het begrepen moet worden dat we dezelfde algemene principes delen, en dat we ze allemaal zo goed als we kunnen proberen volgen.

Ten tweede is veganisme een ideaal dat we nooit volledig kunnen bereiken. Zoveel producten die "noodzakelijkheden" van het hedendaagse leven geworden zijn, zoals auto's, foto's enz., bevatten deeltjes die uit dieren gehaald werden. Voeding voor huisdieren is nog zo'n controversieel punt. Het is belangrijk om te benadrukken dat we enkel ons best kunnen doen om gigantische persoonlijke stappen te nemen naar ons ideaal. Zelfs als dit jaar stoppen met vlees eten alles is wat we doen, waarbij we niet voldoen aan wat veganisten een relatief gemakkelijke overgang naar mededogend leven noemen, verminderen we toch onze persoonlijke bijdrage aan de uitbuiting van niet-mensen een pak. Burn-out komt voor als we onszelf onmogelijke eisen opleggen, en verdere vervreemding is een typisch resultaat van het plaatsen van extreme eisen op anderen.


6 Noot van de vertaler: vandaag de dag (2012) lijken steeds meer en meer mensen voor strikt vegetarisme (dus stoppen met consumeren van alle dierlijke producten) omwille van gezondheidsredenen, niet voor dierenwelzijn of bezorgdheid om het milieu. Steeds meer stemmen in de medische wereld gaan nu op voor een verminderde consumptie van dierlijke producten, en zeker melk.

7 Noot van de vertaler: "bewust wezen" is naar mijn gevoel de beste, maar niet geheel passende vertaling van het Engelse "sentient beinq". Waar ik in deze paragraaf "bewust" gebruik, is dit een vertaling van het woord "sentient, dat ook als "voelend" vertaald kan worden.


De nadelen van lifestylisme

Ik ben de eerste die walgt van die pappige radicalen, meestal van de "ouwe garde", die beweren dat veranderingen in levensstijl op zijn minst een stap terug moeten doen naar het "echte" werk van sociale verandering, dat beperkt is tot het herstructureren van sociale instituties. Maar toch, hun kritiek op hen die, aan het andere uiterste, geloven dat persoonlijke verandering eigenlijk de revolutie zal zijn als die uitgevoerd wordt op grote schaal, is best wel belangrijk. We moeten beide extremen vermijden. Jammer genoeg neigen zowel hedendaagse anarchisten als veganisten naar de lifestylistische aanpak. Zoals ik in het eerste stuk van dit nawoord zei, is er een essentiële dialectiek mee gemoeid. En, zoals ik beschreef in het verloop van Dierenbevrijding en sociale revolutie, kan het simpelweg veranderen van iemands levensstijl, zelfs als miljoenen anderen dit doen, de wereld en de sociale structuren daarin die door elites geschapen werden om hun eigen belangen te dienen, niet veranderen.

Sommige radicalen gaan zo ver als beweren dat onze levenswijzen zullen veranderen "na de revolutie". Een dergelijke opvatting is gewoonweg dwaas. Zij van ons die opgevoed werden om blinde consumenten te worden, gehoorzame burgers, echtgenoten, echtgenotes, en zo verder, moeten hun" dagdagelijkse activiteiten radicaal veranderen, anders zullen we onbekwaam blijken om een toekomstige, bevrijde samenleving te laten werken. Inderdaad, we zullen zelfs niet proberen de wereld rondom ons radicaal te veranderen tot we leren stoppen de oppervlakkige, spectaculaire effecten en elementen van het heden te waarderen. We zullen geen socialistische economie oprichten waarin de productie van vlees ontmoedigd wordt omwille van zijn hoge sociale en milieukosten tot we bereid zijn om vlees op te geven. Een onvermijdelijke onderneming van een verstandige economie zal het afschaffen van dierenuitbuitingsindustrieën zijn, en dat zal lang tevoren overduidelijk zijn voor degenen met de kracht om zo'n economie op te bouwen, de mensen dus. Maar waarom zouden we streven naar een systeem dat onze onmogelijkheid van vlees eten tot gevolg zou hebben, als we het niet kunnen verdragen om het nu op te geven?

Ten laatste is het belangrijk om te benadrukken dat veranderingen in levenswijze, zoals veganist worden, geen echte soort van concreet activisme vormen. Er komt veel meer bij activisme kijken dan een standpunt innemen, zeker als dit een stil standpunt is.


8 Dominick schreef hier "our" in plaats van "their". "Hun" leek me een gepastere vertaling dan "onze", aangezien men in het Nederlands anders de indruk zou krijgen dat zij die zo opgevoed werden, onze (als in: radicalen) levenswijzen zouden moeten aanpassen, in plaats van dat ze dat zelf zouden moeten doen.