De Jong, Rudolf - Anarchie is het tremens van de persoonlijke vrijheid

Uit Anarchief
Ga naar: navigatie, zoeken



http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/2656690/1995/10/13/Anarchie-is-het-delirium-tremens-van-de-persoonlijke-vrijheid.dhtml


Bestand:De Jong, Rudolf - Recensie, Rood en zwart.pdf


Recensie door Rudolf De Jong van J. Moulaert, Rood en zwart. De anarchistische beweging in België 1880-1914 (Dissertatie Katholieke Universiteit Leuven 1993, Historische reeks XX; Leuven: Davidsfonds, 1995, 462 blz., Bf 1180,-, ISBN 90 6152 888 7)


'Anarchie is het delirium tremens van de persoonlijke vrijheid'

RUDOLF DE JONG − 13/10/95, 00:00

recensie Jan Moulaert: Rood en zwart - De anarchistische beweging in België, 1880-1914. Davidsfonds, Leuven; geïll., 463 blz.


Eerder publiceerde hij 'De vervloekte staat', dat in kort bestek het anarchisme in Frankrijk, Nederland en België vergelijkt. Moulaert kreeg er de Hubert Perlotprijs voor, naar ik was er niet erg enthousiast over. Dat ben ik wel over 'Rood en zwart', dat bekroond is met de veel prestigieuzere Camile Huysmansprijs en zich beperkt tot België, al komen uiteraard buitenlandse invloeden en contacten aan bod. Het is een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd boek.

In Frankrijk en Nederland heeft het anarchisme in de door Moulaert behandelde periode grote betekenis gehad. Bij onze zuiderburen is dat veel minder het geval geweest. Op zichzelf een merkwaardig feit. België is met Engeland het eerste land waar zich een modern industrieel kapitalisme ontwikkelde, met alle sociale spanningen en bitterheid van dien. Strijdbaar waren de Belgische arbeiders zeker. Grote stakingen, onlusten en repressie waren er het gevolg van.

In de periode van de eerste Internationale (opgericht 1864), met de strijd tussen Marx en Bakoenin, kozen de Belgen, die sterk vertegenwoordigd waren in deze eerste bovennationale socialistische organisatie, voor de anarchist Bakoenin, althans tegen Marx en diens centralistische opvattingen. En - schrijft Moulaert in een zin die een aardig idee geeft van zijn even persoonlijk als leesbaar taalgebruik - “zeker tot 1888 hoefde het Belgisch anarchisme niet voor de Nederlandse zusterbeweging te blozen.” Nu begon in dit jaar de opmars van het anarchisme in Nederland. In België bleef het sukkelen.

Toch hebben heel wat vermaarde anarchisten korte of langere tijd in België vertoefd. Proudhon en Bakoenin leefden er in ballingschap, de Italiaan Malatesta bezocht België tijdens een algemene werkstaking, 'onze' Domela Nieuwenhuis sprak er en de Franse anarchistische geograaf Reclus doceerde aan de 'Vrije Universiteit' in Brussel die door vrijdenkers en vrijmetselaars werd opgericht nadat Reclus aan de officiële universiteit geweerd was.

Deze kopstukken worden door Moulaert slechts terloops behandeld, op het reilen en zeilen van de beweging hadden zij weinig invloed. Cesar de Paepe, de bekendste Belgische socialist die in de tijd van de Eerste Internationale dicht bij Proudhon stond en zich daarna in sociaal-democratische richting ontwikkelde, komt zelfs niet in het register voor.

Het ging Moulaert om de pogingen die steeds opnieuw werden ondernomen om een beweging en periodieken van de grond te krijgen. Hierop en op de minder bekende militanten (activisten) die de beweging vorm gaven, heeft hij zich geconcentreerd. Een beweging die gevormd werd door een groot aantal plaatselijke groepen, die soms streefden naar grotere onderlinge samenhang, maar doorgaans hun meeste energie nodig hadden om zich zelf in stand te houden of om opnieuw te beginnen. Onder meer in de industriële steden in Wallonië en in Gent, Mechelen en Antwerpen waren anarchisten actief. Een agrarisch anarchisme blijkt België niet gekend te hebben.

Op minutieuze wijze, het schaarse bronnenmateriaal op vele plaatsen bij elkaar zoekend, laat Moulaert een beeld ontstaan van het Belgische anarchisme. Van een kleine beweging vol breuken, maar ook van een taaie vasthoudendheid, van een koppig weerwerk tegen de steeds machtiger wordende en steeds reformistisch blijvende sociaal-democratische partij, de Belgische Werkliedenpartij (BWP). De hecht doortimmerde zuil van de BWP, met zijn sterke interne controle, was zeker een van de factoren waardoor in België het anarchisme bescheiden bleef. In anarchistische bewegingen zonder strakke organisatie hebben de periodieken vaak een ruggegraatsfunctie. Ze zorgen voor continuïteit, herkenning en duurzaamheid. De Belgische geschiedenis bewijst het op een wat negatieve manier. 'Rood en zwart' is grotendeels gewijd aan vergeefse maar steeds herhaalde pogingen om een blad van de grond te krijgen dat blijvend zou zijn en meer dan lokale of regionale betekenis had.

De zwakte van de Belgische beweging in vergelijking tot die in de buurlanden, hangt zeker samen met het mislukken van al die initiatieven. Het aantal namen van bladen dat men bij Moulaert tegenkomt - soms verschenen er slechts enkele nummers en de oplage kwam dikwijls niet boven een paar honderd uit - is dan ook legio.


Jammergenoeg schenkt de schrijver weinig aandacht aan enkele bladen die wel van belang zijn geweest en ook in ons land grote invloed hadden, namelijk Van Nu en Straks (waaraan o. a. August Vermeylen verbonden was) en Ontwaking. Het waren uitingen van de band tussen anarchisme, literatuur en cultuur die rond 1900 zeer sterk was. In beide periodieken treft men dan ook een keur van anarchistische theoretici aan. Moulaert schreef overigens zijn licenciaat-studie over de kring rond Ontwaking.

Maar goed, het ging Moulaert vooral om het anarchisme sec, als arbeidersbeweging met een eigen identiteit en historische ontwikkeling. Als zodanig is zijn dissertatie een indrukwekkende monografie. In een van zijn aardigste zinnen geeft hij goed weer hoe anarchisten en sociaal-democraten elkaar in die dagen benaderden: “Van hem (de sociaal-democraat Hardijns) zouden de gevleugelde woorden zijn 'Anarchie is het delirium tremens van de persoonlijke vrijheid' en volgens de anarchisten sprak hij uit ondervinding”.