Lehning, Arthur - Kropotkins anarchisme

Uit Anarchief
Ga naar: navigatie, zoeken

Bestand:Lehning, Arthur - Kropotkins anarchisme.pdf


"KROPOTKINS ANARCHISME"

ARTHUR LEHNING,

uit Grondslagen. 1932, no.3.

Ook te vinden op blz 63 e.v. van Arthur Lehnings "DE DRAAD VAN ARIADNE"

– essays en Commentaren 1, uitgave Wereldvenster, Baarn, 1979, ISBN 90 293 9724 1

- (eerder, 1966, Polak & Van Gennep, Amsterdam).


                           Lehning.jpg                  Kropotkin.jpg
                                  Lehning                               Kropotkin

In verlerlei opzichten was Peter Kropotkin een optimist, maar hij was geen utopist. Het anarchisme was voor hem minder een bepaald maatschappelijk ideaal, een als ideaal beschouwde maatschappij-toestand, dan wel een beginsel van maatschappelijk leven, van maatschappelijke ontwikkeling. De sociale revolutie had dan ook niet een ‘Duizendjarig Anarchistisch Rijk’ in te luiden, maar de weg vrij te maken voor een socialistische ontwikkeling. Socialisme kon voor hem niet anders betekenen dan anarchistisch socialisme. Zoals voor de grondleggers van het marxistische socialisme was ook voor Kropotkin de staat niets anders dan de uitdrukking van de economische klassentegenstelling der maatschappij.

De staat is volgens hem een kunstmatige organisatie der maatschappij, een instelling van de heersende klassen om hun macht te handhaven. Daar het juist de taak is van het socialisme deze kunstmatige organisatie te vernietigen en een organische ontwikkeling van de maatschappij mogelijk te maken, komt de staat voor deze revolutionerende omwenteling niet in aanmerking. Voorwaarde voor zulk een natuurlijke ontwikkeling der maatschappij is de vernietiging van het eigendom maar ook van de politieke autoriteit.

Het is Proudhon geweest, die het duidelijkst de eenheid van kapitaal en autoriteit heeft gezien en geformuleerd dat de vooruitgang een tweevoudige zaak is, wie de economische bevrijding wil moet ook de bevrijding van de politieke onderdrukking willen, d.w.z. de afschaffing van de staat. De geschiedenis van het kapitaal is niet te schrijven zonder de geschiedenis van de autoriteit. Het zijn de beide vormen waardoor minderheden steeds in staat geweest zijn, en in staat zijn hun heerschappij te grondvesten en te handhaven.

Aan de arbeiders te verkondigen, dat het socialisme te verwezenlijken is, of ook maar de eerste stap op weg naar het socialisme mogelijk zou zijn, door het in bezit nemen van de regeringsmachine, dat is, schreef Kropotkin, een kolossale historische vergissing, die aan misdadigheid grenst. De verovering van de macht, de verwisseling van personen, die regeren, zal het socialisme niet bevorderen, maar slechts het ogenblik vertragen, waarop de arbeidersklasse begrijpen zal, dat zij het zelf moet zijn, die geheel nieuwe economische en politieke vormen in het leven moet roepen.

Een profetisch woord over deze verovering van de regeringsmacht – geschreven in 1900 – is letterlijk in vervulling gegaan; de sociaal-democratische partij is de partij geworden van de socialistische reactie, ‘de partij, die op een goede dag zal trachten de revolutie te smoren in naam van het socialisme, want het socialisme kan niet reformistisch zijn; als het weigert revolutionair te zijn valt het noodzakelijkerwijze in handen van de reactie’. Voor een socialistische opbouw is van een regering, of ze zich ‘Dictatuur van het Proletariaat’ of ‘voorlopige regering’ noemt, niets te verwachten. Van te voren staat vast, dat ze niets voor de revolutie doen kan, want de nieuwe instellingen moeten door het volk zelf worden uitgewerkt en tot stand gebracht.

Welke vormen de staat ook aanneemt: ze blijft een hindernis voor de sociale revolutie en het socialisme. Als de revolutie het staatsmonster niet vernietigt, zal de staat de revolutie vernietigen.

In al zijn werken heeft Kropotkin er echter steeds de nadruk op gelegd dat de sociale revolutie gedoemd is te mislukken, indien niet door de arbeidersklasse zèlf de nieuwe instellingen in het leven geroepen worden, die staat en kapitalisme moeten vervangen. Vanaf 1880, toen Kropotkin voor de eerste maal een program voor het ‘communistische anarchisme’ ontwikkelde tot het ‘Nawoord’ van zijn ‘Woorden van een Opstandeling’, geschreven in 1919, heeft hij de gedachte van een constructieve revolutie altijd weer herhaald. Al heeft zich zijn terminologie in de loop der jaren gewijzigd, zijn grondgedachte was steeds, dat het de arbeidersorganisatie’s moesten zijn, die de vormen van de nieuwe maatschappij uit te werken hadden. Kropotkin was lid van de Eerste Internationale – ‘in de grond van de zaak een Internationale van vakorganisaties’ - en hij heeft in het franse syndicalisme dat in de jaren negentig opkwam een voortzetting gezien van de bakoenistische vleugel der Eerste Internationale.

Het sprak vanzelf dat Kropotkin in 1917 ook de sovjets al de uitdrukking van het syndicalistische socialisme en van een constructieve revolutie begroette, maar hij heeft zeer vroeg gezien en het ook uitgesproken dat de communistische staatsdictatuur alle betekenis aan de sovjets zou ontnemen.

In zijn ‘Brief aan de Arbeiders van West-Europa’ van 28 april 1919, schreef hij dat de poging om een communistische republeik te vormen op de grondslag van een gecentraliseerd staatscommunisme onder het regiem van een partijdictatuur gedoemd was op een mislukking uit te lopen. De sovjets, ‘raden’ van arbeiders en boeren voor het eerst ontstaan tijdens de revolutie van 1905 en sinds de februari-revolutie van 1917 over het gehele land in het leven geroepen met het doel het sociale en economische leven te organiseren, zouden alle betekenis verliezen indien het land door een partij-dictatuur zou worden geregeerd.

Kropotkin schreef:

"De arbeiders- en boerenraden verliezen hun betekenis als de verkiezingen niet zijn voorafgegaan door een vrije verkiezingscampagne en ze onder de pressie staan van een partij-dictatuur. Natuurlijk, de gewone verontschuldiging is, dat de dictatuur onvermijdelijk is om het oude regiem te bestrijden. Maar waar de revolutie is doorgevoerd om een nieuwe maatschappij op te bouwen op een nieuwe economische basis, betekent een dergelijke stand van zaken eenvoudig een stap terug. Het betekent de doodsklok van het nieuwe systeem. De methoden om een reeds verzwakte regering omver te werpen, zijn in de oude en nieuwe geschiedenis welbekend. Maar het is nodig nieuwe vormen van leven te scheppen, speciaal nieuwe vormen van productie en ruil, zonder daar voorbeelden ter navolging van te bezitten; als alles opnieuw opgebouw moet worden, en als een regering het op zich neemt iedere burger van een lamp te voorzien en zelfs van een lucifer om die lamp mee aan te steken, en het dan niet volbrengen kan, zelfs niet met een ongelimiteerd aantal ambtenaren – dan wordt die regering tot een last.

Ze ontwikkelt een zo formidabele bureaucratie, dat de franse bureaucratie, die de hulp nodig heeft van 40 ambtenaren om een boom te verkopen, die bij een storm op de hoofdweg is gevallen, hierbij vergeleken een kleinigheid is. Dat is wat wij leren in Rusland. De ontzaglijke constructieve arbeid, die een sociale revolutie vereist, kan niet door een centrale regering worden volbracht, zelfs wanneer deze tot gids meer hulp heeft dan enkele socialistische en anarchistische handboeken. Deze arbeid vereist kennis, hersens, en vrijwillige samenwerking van een leger van plaatselijke en gespecialiseerde krachten; die alleen kunnen de strijd aanbinden met de hele verscheidenheid van economische problemen, zoals ze zich plaatselijk voordoen. Deze samenwerking te verwerpen en alles over te dragen aan het inzicht van partijdictatoren, betekent de kernen van onafhankelijkheid van ons leven: de vakverenigingen en de plaatselijke coöperatieve organisaties vernietigen, door hen in bureaucratische partijorganen te veranderen, zoals op het ogenblik gebeurt. Dat is de manier de revolutie niet te volbrengen, haar verwezenlijking onmogelijk te maken.