Freeman, Jo - De tirannie van structuurloosheid

Uit Anarchief
Ga naar: navigatie, zoeken

Bestand:Freeman, Jo - De tirannie van structuurloosheid.pdf

DE TIRANNIE VAN STRUCTUURLOOSHEID

JO FREEMAN


(tekst slechts gedeeltelijk)


De ongestructureerde groep heeft een belangrijke rol te spelen in het opbouwen van verandering. Bij momenten kan ze echter gedomineerd worden door informele strucuren en elites, en is vaak vatbaar voor interne ruzies en isolering. Hoe ver moet het leiderloze principe volgehouden worden?

De tirannie van structuurloosheid, door Jo Freeman, en Cathy Freeman’s antwoord erop, De tirannie van tirannie, hebben grote invloed gehad op de feministische en anarchistische bewegingen, van het moment waarop ze geschreven zijn, de vroege jaren ’70, tot op vandaag.


INLEIDING

Jo Freeman’s opmerkelijke essay over de dynamiek van kleine, ongestructureerde groepen en Cathy Levine’s antwoord erop zouden niet alleen van grote invloed zijn op de vrouwenbeweging, aan wie ze oorspronkelijk waren gericht, maar ook op de anarchistische beweging in een nieuwe golf van groei.

De vraag hoe we organiseren, eerder dan waarom, was van groot belang geworden. Vrouwen waren er zich van bewust dat ze een bijna onzichtbare rol hadden gespeeld binnen door mannen gedomineerd Links. De vrouwenbeweging stelde vrouwen voor het eerst voorop, en bood de kans om niet enkel theorieën en doelstellingen te beoordelen, maar ook methoden en individuen. Het persoonlijke werd van nu af aan politiek.

Ironisch genoeg, en ondanks het feit dat dit al sinds lang bekommernissen waren van de anarchistische beweging, waren er feministes nodig om te tonen hoe libertaire organisaties er konden uitzien. ‘Feminisme is wat Anarchisme predikt’, schreef Lynn Farrow in 1974. Een beetje simplistisch misschien, maar het was wel degelijk zo dat de feministische praktijk van kleine, leiderloze groepen een anarchistisch ideaal was.

Het is duidelijk dat de ongestructureerde groep een belangrijke rol te spelen had. Bij momenten kon ze echter gedomineerd worden door informele structuren en elites, en vaak vatbaar was voor interne ruzies en isolering. Hoe ver moest het leiderloze principe volgehouden worden.

Dit is het punt waarop Jo Freeman zowel de vrouwenbeweging als de anarchistische beweging zou uitdagen. Want haar antwoord –een terugkeer naar ‘democratische structurering’ voor alles, uitgezonderd voor bewustmakingsgroepen- scheen sommigen het begin in te luiden van een nieuw en positief tijdperk, terwijl het voor anderen, zoals Cathy Levine, een terugkeer betekende naar de verstikkende, bureaucratische bewegingsopbouw van het verleden.

Deze artikels, en de onderwerpen die ze aansnijden, zijn vandaag de dag nog even actueel als toen ze geschreven werden, in de vroege jaren ’70.

CS, 1984.

DE TIRANNIE VAN STRUCTUURLOOSHEID.

Tijdens de jaren waarin de beweging voor vrouwenbevrijding vorm kreeg, werd grote nadruk gelegd op wat leiderloze, ongestructureerde groepen worden genoemd, als voornaamste vorm van de beweging. De oorsprong van dit idee was een natuurlijke reactie tegen de over-gestructureerde samenleving waarin de meesten van ons zich bevonden, de onvermijdelijke controle die dit anderen gaf over onze levens en het voortdurende elitisme van Links en gelijkaardige groepen onder degene die werden geacht mee te strijden tegen die over-gestructureerdheid.

Het idee van ‘structuurloosheid’ is echter veranderd van een gezonde tegenzet tegen deze tendensen in een godin omwille van zichzelf. Het idee is zo weinig geanaliseerd als de term gebruikt wordt, maar het is een intrinsiek en niet in vraag gesteld onderdeel geworden van de ideologie van de vrouwenbeweging. Voor de vroege ontwikkeling van de vrouwenbeweging was dit niet zo erg. Het bepaalde al vroeg bewustmaking haar voornaamste methode. En de ‘structuurloze groep’ was hier een uitstekend middel voor. De losheid en informaliteit ervan moedigde deelname aan in discussies en de vaak ondersteunende atmosfeer stimuleerde persoonlijk inzicht. Als er nooit meer concreets uit die groepen kwam dan persoonlijk inzicht, dan was dat niet zo erg, omdat hun doelstelling niet echt verder reikte dan dat.

De fundamentele problemen kwamen niet naar boven tot individuele groepen de deugden van bewustmaking uitgeput hadden en beslisten dat ze iets specifieker wilden gaan doen. Op dit punt gingen de meeste ervan aan het prutsen omdat de meeste groepen hun structuur niet wilden aanpassen aan hun veranderde taak. Vrouwen hadden het idee van de ‘structuurloosheid’ zodanig aanvaard zonder zich de beperkingen van de functies te realiseren. Mensen wilden de ‘structuurloze’ groep en de informele vergadering gebruiken om dingen te doen waar ze niet geschikt voor waren, uit een blind geloof dat geen enkel ander middel iets anders dan onderdrukkend zou zijn.

Als de beweging die elementaire ontwikkelingsstadiastadia wil ontgroeien, mag ze zichzelf niet langer voor de gek houden en moet ze zich ontdoen van een aantal vooroordelen rond organisatie en structuur. Er is niets intrinsiek slecht aan zowel organisatie als structuur. Ze kunnen en worden vaak misbruikt, maar ze uit de losse pols verwerpen omdat ze misbruikt worden betekent hetzelfde als het onszelf ontzeggen van de broodnodige instrumenten om verder te ontwikkelen. We moeten begrijpen waarom ‘structuurloosheid’ niet werkt.


FORMELE EN INFORMELE STRUCTUREN.

In tegenstelling tot wat we graag zouden geloven bestaat iets als een ‘structuurloze groep’ eigenlijk niet. Elke groep van mensen, van welke aard dan ook, die over een willekeurige termijn samenkomt met elk mogelijk doel, zal zichzelf onvermijdelijk op één of andere manier structureren. De structuur kan flexibel zijn, kan in de loop der tijden veranderen, kan taken, macht en middelen gelijk of ongelijk verdelen onder de leden van de groep. Maar de structuur zál gevormd worden, ongeacht de vaardigheden, persoonlijkheden en bedoelingen van de mensen in kwestie. Het feit zelf dat we individuen zijn met verschillende talenten, uitgangspunten en achtergronden maakt dit onvermijdelijk. Alleen als we weigeren contact te hebben of interactie te hebben kunnen we ‘structuurloosheid’ benaderen, en dat is niet de natuur van de menselijke groep.

Dit betekent dat het streven naar een ‘structuurloze groep’ even nuttig en misleidend is als een ‘objectief’ nieuwsbericht te willen maken, een ‘waardenvrije’ sociale wetenschap of een ‘vrije’ economie. Een ‘laissez-faire’groep is ongeveer even realistisch als een ‘laissez-faire’samenleving  ; het idee wordt een rookscherm waarachter de sterken en de gelukkigen hun niet in vraag te stellen heerschappij over anderen kunnen waarmaken. Die heerschappij kan gemakkelijk worden waargemaakt omdat het idee van ‘structuurloosheid’ niet verhindertdat er informele structuren worden gevormd: enkel formele structuren kunnen niet. Gelijklopend verhinderde de ‘laissez-faire’filosofie er de economisch machtigen er niet van controle uit te oefenen over de lonen, prijzen en de verdeling van de goederen; het verhinderde de overheid ervan dat te doen. Op die manier wordt ‘structuurloosheid’ een manier om macht te maskeren, en binnen de vrouwenbeweging wordt die ‘structuurloosheid’ vaak verdedigd door die vrouwen die het sterkst staan (of zij zich bewust zijn van hun macht of niet). De regels over hoe beslissingen worden genomen worden slechts aan enkelen bekendgemaakt en bewustzijn van macht wordt gekortwiekt door diegenen die de regels kennen, zolang de groepsstructuur informeel is. Diegenen die de regels niet kennen en niet gekozen worden voor een initiatie moeten in verwarring blijven of aan paranoïde waanbeelden lijden dat er iets gebeurt waar zij geen weet van hebben.

Om iedereen de kans te geven om betrokken te zijn bij een willekeurige groep en deel te nemen aan haar activiteiten, moet haar structuur expliciet zijn, niet impliciet. De procedures van de besluitvorming moet open zijn en bereikbaar voor iedereen, en dat kan enkel als ze geformaliseerd zijn. Dat wil niet zeggen dat de formalisering van een groepsstructuur de informele structuur zal vernietigen. Gewoonlijk is dat niet het geval. Maar het maakt het onmogelijk dat de informele structuur een dominante invloed uitoefent en zorgt ervoor dat er een aantal wapens voorhanden zijn om haar aan te vallen. ‘Structuurloosheid’ is organisatorisch onmogelijk. We kunnen niet beslissen of we een gestructureerde groep hebben of een structuurloze; we kunnen enkel beslissen of we een formeel gestructureerde groep hebben of niet. Daarom zal het woord niet langer worden gebruikt, tenzij om het idee te benoemen waar het naar verwijst. Ongestructureerd zal verwijzen naar die groepen die niet bewust gestructureerd zijn op een bepaalde manier. Gestructureerd zal verwijzen die er wel een hebben. Een gestructureerde groep heeft altijd een formele structuur, en kan er ook een informele hebben. Een ongestructureerde groep heeft altijd een informele of verborgen structuur. Het is die informele structuur, in het bijzonder in ongestructureerde groepen, die de basis vormt voor elites.


DE AARD VAN ELITARISME.

‘Elitair’ is waarschijnlijk het vaakst misbruikte woord in de beweging voor vrouwenbevrijding. Het wordt even vaak, en om dezelfde redenen gebruikt als dat het geval was met ‘pinko’ in de jaren ’50. Het wordt nooit juist gebruikt. Binnen de beweging verwijst het gewoonlijk naar individuen waarvan de persoonlijke kenmerken en activiteiten nogal kunnen variëren. Een individu, als individu, kan nooit een ‘elite’ zijn omdat de enige goede betekenis van de term ‘elite’ slaat op groepen. Geen enkel individu, ongeacht hoe bekend de persoon is, kan ooit een elite zijn.

In de juiste betekenis van het woord verwijst een elite naar een kleine groep van mensen die macht hebben over de grotere groep mensen waar zij deel van uitmaakt, gewoonlijk zonder directe verantwoordelijkheid naar die grotere groep, en vaak zonder dat die grote groep er weet van heeft of er zijn toestemming toe heeft gegeven. Een persoon wordt elitair door deel uit te maken van of het verdedigen van de heerschappij door zo’n kleine groep, of die persoon nu bekend is of helemaal niet bekend. Beroemdheid is geen definitie van een elitarist. De meest verraderlijke elites worden meestal geleid door mensen die helemaal niet bekend zijn voor het grotere publiek. Intelligente elitaristen zijn meestal slim genoeg om niet toe te laten dat zij bekend worden. Als ze bekend worden, worden ze gevolgd en wordt het masker over hun macht een stuk losser gemaakt.

Het feit dat elites informeel zijn wil niet zeggen dat ze ook onzichtbaar zijn. Op elke bijeenkomst van een kleine groep kan iedereen met een scherpe blik en een attent oor zeggen wie invloed heeft op wie. De leden van een vriendenkring zullen elkaar meer opzoeken dan anderen. Ze luisteren attenter en onderbreken minder. Ze herhalen elkanders standpunten en geven vriendschappelijk toe. Ze neigen ertoe ‘buitenstaanders’ te negeren of zich ermee te meten. De goedkeuring van ‘buitenstaanders’ is niet nodig om een beslissing te nemen; voor de ‘buitenstaanders’ is het wel noodzakelijk op goede voet te blijven met de ‘insiders’. Natuurlijk zijn de grenzen niet zo scherp als ik ze hier teken. Er zijn schakeringen in de interactie, geen voorgeschreven scenario’s. Maar ze zijn waarneembaar, en ze hebben hun effect. Eens je weet bij wie je eerst moet navragen voor je een beslissing neemt en wiens goedkeuring doorslaggevend is weet je wie de baas is.

Elites zijn geen samenzweringen. Zelden komt een kleine groep samen om een grotere groep te proberen over te nemen voor haar eigen doeleinden. Elites zijn niks meer of minder dan een groep vrienden die toevallig ook aan dezelfde politieke activiteiten meedoen. Ze zouden waarschijnlijk ook zonder politieke activiteiten hun vriendschap bewaren; ze zouden waarschijnlijk ook aan politieke activiteiten meedoen als ze geen vrienden waren. Het is het samenvallen van de twee fenomenen dat elites creëert in elke groep en dat ze zo moeilijk te doorbreken maakt.

Die vriendenkringen functioneren als communicatienetwerk buiten de reguliere kanalen om voor de communicatiekanalen die een groep al dan niet mag opgebouwd hebben. Als er geen zo’n kanalen zijn, functioneren die informele netwerken als de enige communicatienetwerken. Omdat die mensen vrienden zijn, gewoonlijk dezelfde waarden en voorkeuren delen, omdat ze elkaar ook sociaal ontmoeten en elkaar raadplegen als er gezamenlijke beslissingen moeten worden genomen, zullen de mensen in zo’n netwerken meer macht hebben in de groep dan diegenen die er niet bijhoren. En een groep die geen informele communicatienetwerken opzet via de vrienden die erbinnen worden gemaakt zijn uiterst zeldzaam.

Sommige groepen kunnen, afhankelijk van hun afmetingen, meerdere dergelijke informele communicatienetwerken hebben. Netwerken kunnen zelfs overlappen. Als er slechts één zo’n netwerk bestaat in een voor de rest ongestructureerde groep, is ze er de elite van, of de mensen die erin zitten nu elitaristen willen of niet. Als er slechts één zo’n groep is in een gestructureerde groep, kan ze al dan niet een elite zijn, afhankelijk van haar samenstelling en de aard van de formele structuur.Als er twee of meer zo’n netwerken van vrienden zijn, kunnen ze om de macht strijden binnen de groep en zo fracties vormen of één ervan kan uit de competitie stappen en de andere als elite achterlaten. In een gestructureerde concurreren twee of meer zo’n groepen gewoonlijk met elkaar om de formele macht. Dit is vaak de gezondste situatie. De andere leden zijn in een positie om te scheidsrechteren tussen de twee strijdende partijen om de macht en zijn zo in een positie om eisen te stellen aan de groep aan wie ze tijdelijke trouw beloven.

Omdat de groepen in de beweging geen concrete beslissing hebben genomen over wie er macht zal in uitoefenen, worden er erg diverse criteria gebruikt. Met de verandering van de beweging doorheen de tijd is het huwelijk een minder universeel criterium geworden voor effectieve deelname, hoewel alle informele elites nog steeds normen hanteren waaraan enkel vrouwen voldoen die bepaalde materiële of persoonlijke kenmerken beantwoorden. De normen omvatten vaak: middenklasse achtergrond (ondanks alle retoriek over linken leggen met de arbeidersklasse), getrouwd zijn, niet getrouwd zijn maar met iemand samenleven, lesbisch zijn of dat laten uitschijnen, tussen 20 en 30 jaar oud zijn, hoger opgeleid zijn, ‘hip’ zijn, niet al te ‘hip’ zijn, een bepaalde politieke lijn aanhouden of een herkenning als ‘radicaal’, bepaalde ‘vrouwelijke’ eigenschappen hebben als ‘lief’ zijn, juist gekleed zijn (traditioneel of de anti-traditionele stijl),… Er zijn ook eigenschappen die iemand bijna altijd zullen bestempelen als ‘afwijkend’ waar geen contact mee moet worden gelegd. Voorbeelden daarvan zijn: te oud zijn, fulltime werken (zeker wie actief bezig is met een ‘carrière’), niet ‘lief’ zijn, bewust alleenstaand zijn (d.w.z. niet hetero- of homoseksueel).

Er zouden nog andere criteria kunnen worden opgesomd, maar in de grond hebben ze veel met elkaar gemeen. De karakteriserende voorwaarde om erbij te horen om bij welke informele elite van de beweging dan ook te behoren, en dus macht uit te oefenen, heeft te maken met iemands achtergrond, persoonlijkheid of tijdsbesteding. Competentie, toegewijding aan het feminisme, talenten of potentiële bijdrage aan de beweging horen daar niet bij. De eerste zijn de criteria die mensen gewoonlijk gebruikt bij het kiezen van vrienden. De laatste criteria zijn wat elke beweging of organisatie moet gebruiken als ze politiek effectief wil zijn.

Hoewel het ontleden van dit proces van elitevorming in kleine groepen kritisch geweest is in het perspectief ervan, is ze niet gemaakt vanuit het geloof dat die informele structuren noodzakelijkerwijs slecht zijn, maar eerder vanuit de stelling dat ze onvermijdelijk zijn zijn. Alle groepen creëren informele structuren als gevolg van de interactiepatronen tussen de leden. Dergelijke informele structuren kunnen erg nuttige dingen doen. Maar alleen ongestructureerde groepen worden er helemaal door beheerst. Als informele elites gecombineerd worden met een mythe van ‘structuurloosheid’ kan er geen poging zijn om grenzen te trekken aan het gebruik van macht. Macht wordt wispelturig.

Dit heeft twee potentieel negatieve gevolgen waar we ons bewust van zouden moeten zijn. Het eerst is dat de informele structuur voor de besluitvorming zusterschap zal zijn: één waarin naar mensen wordt geluisterd omdat ze graag gezien zijn, niet omdat ze relevante dingen zeggen. Zo lang de beweging geen relevante dingen doet is dat geen probleem. Maar als we haar ontwikkeling niet willen tegengehouden op dit beginstadium, zal dit moeten veranderen. Het tweede gevolg is dat de informele structuren niet verplicht zijn om zich te verantwoorden aan de hele groep. Hun macht werd hen niet gegeven; hun macht kan hen niet worden ontnomen. Hun invloed is niet gebaseerd op wat ze doen voor de groep; ze kunnen daarom ook niet direct worden beïnvloed door de groep. Dat wil niet zeggen dat informele structuren altijd onverantwoordelijk zijn. Zij die begaan zijn met het behouden van hun invloed zullen gewoonlijk proberen verantwoordelijk te zijn. De groep kan die verantwoordelijkheid gewoon niet afdwingen; de groep is afhankelijk van de belangen van de elite.


HET SYSTEEM VAN ‘STERREN’

Het ‘idee’ van ‘structuurloosheid’ heeft het systeem van ‘sterren’ gecreëerd. We leven in een samenleving die verwacht dat politieke groepen beslissingen nemen en mensen kiezen om die beslissingen duidelijk te maken aan het grote publiek. De pers en het publiek weten niet hoe ze serieus moeten luisteren naar individuele vrouwen als vrouwen; ze willen weten hoe de groep erover denkt. Er zijn in de geschiedenis slechts drie technieken ontwikkeld om de mening van een grote groep te kennen:; de stemming of referendum, de enquête en het (op de daarvoor aangewezen vergadering) kiezen van een woordvoerder. De beweging voor vrouwenbevrijding heeft geen van die technieken gebruikt om met het publiek te communiceren. De beweging als geheel en de meeste van de veelsoortige groepen erin hebben ook geen middel ontwikkeld om hun standpunt over diverse onderwerpen uit te leggen. Maar het publiek is gericht om naar woordvoerders te zoeken.

Terwijl de beweging bewust geen woordvoerders heeft gekozen, heeft de beweging veel vrouwen voortgebracht die om diverse redenen in het oog van het grote publiek zijn gelopen. Die vrouwen vertegenwoordigen geen bepaalde groep of gemeenschappelijk standpunt; dat weten ze en dat zeggen ze ook meestal. Maar omdat er geen officiële woordvoerders zijn en geen besluitvormingsorgaan die de pers kan interviewen als ze de mening van de beweging wil kennen over een bepaald onderwerp, worden die vrouwen als woordvoerders gezien. Of zij dat nu willen of niet en of de beweging dat nu wil of niet, worden bekende vrouwen in de rol van woordvoerder geduwd, omdat er geen andere zijn.

Dit is één oorzaak van de wat wrokkige houding tegenover de vrouwen die ‘sterren’ worden genoemd. Omdat ze niet verkozen zijn door de vrouwen in de beweging om de inzichten van de beweging te vertolken, wordt het ze kwalijk genomen als de pers veronderstelt dat ze voor de beweging spreken… De terugslag van het systeem van ‘sterren’ moedigt elk soort van individuele onverantwoordelijkheid aan die de beweging veroordeelt. Door het uitscheiden van een zuster als een ‘ster’, verliest de beweging elke controle die ze erover zou kunnen hebben, waardoor ze vrij wordt om alle individualistische zonden te begaan waar ze van beschuldigd werd.


POLITIEKE IMPOTENTIE

Ongestructureerde groepen mogen dan erg effectief zijn in het aan de praat krijgen van vrouwen over hun eigen leven; ze zijn niet erg goed om dingen gedaan te krijgen. Tenzij hun manier van opereren verandert, smelten groepen weg op het moment dat mensen het moe worden te ‘palaveren’ en iets meer willen gaan doen. Omdat de bredere beweging in de meeste steden even ongestructureerd is als de meeste individuele groepen is ze niet veel effectiever dan de aparte groepen dat zijn in specifieke doelstellingen. De informele structuur is zelden genoeg verbonden of heeft zelden genoeg voeling m:et de mensen die in staat zijn effectief te opereren. De beweging wekt dus veel emotie op en boekt weinig resultaten. Ongelukkigerwijs zijn de gevolgen van al dat bewegen niet zo onschadelijk als de resultaten, en het slachtoffer ervan is de beweging zelf. (…)

Omdat de brede beweging even ongestructureerd is als de meeste groepen die de beweging vormen, is ze even vatbaar voor indirecte beïnvloeding. Maar het fenomeen manifesteert zich op een andere manier. Op een lokaal niveau kunnen de meeste groepen autonoom handelen, maar de enige groepen die een nationale activiteit kunnen organiseren zijn nationaal georganiseerde groepen. Op die manier zijn het vaak de gestructureerde feministische groepen die nationaal de richting uitstippelen voor feministische activiteiten en wordt die richting bepaald door de prioriteiten van die organisaties. (…) De veelheid aan ongestructureerde groepen voor vrouwenbeweging kan kiezen om die nationale campagnes te ondersteunen of niet, maar zijn niet in staat hun eigen nationale activiteiten te organiseren. Op die manier worden hun leden de troepen onder leiderschap van de gestructureerde organisaties. Ze hebben zelfs geen mogelijkheid om te bepalen wat de prioriteiten zijn.

Hoe minder gestructureerd een beweging is, hoe minder controle ze heeft over de richting waarin ze ontwikkelt en over de politieke activiteiten waarin ze meewerkt. Dat wil niet zeggen dat haar ideeën zich niet verspreiden. Door een zekere interesse van de media kunnen ze nog steeds weid verspreid worden. Maar de verspreiding van ideeën betekent niet dat ze ook werkelijk worden; het betekent alleen dat ze besproken worden. In de mate waarin ze individueel kunnen worden toegepast is het mogelijk dat er iets mee gebeurt; inzoverre ze, om werkelijkheid te worden, gecoördineerde politieke macht vereisen, zal er niets mee gebeuren. (…)

De belangen van de informele groep zullen ondersteund worden door de informele structuren die er zijn en de beweging zal geen manier hebben om te bepalen wie er macht over heeft. Als de beweging bewust blijft weigeren te selecteren wie macht zal uitoefenen vernietigt ze daarmee macht als dusdanig nog niet. Al wat ze doet is afstand doen van het recht te eisen dat diegenen die macht en invloed uitoefenen daarover ook verantwoording moeten afleggen. Als de beweging er blijft voor kiezen macht zo diffuus mogelijk te houden omdat ze weet dat ze geen verantwoording kan eisen van diegenen die die macht bezitten, verhindert ze elke groep en elk individu ervan totaal te domineren. Maar tegelijk verzekert ze dat de beweging zo effectief is als ze zou kunnen zijn. Er moet en kan een tussenweg gevonden worden tussen dominantie en ineffectiviteit.

Deze problemen groeien naar een hoogtepunt op dit ogenblik, omdat de aard van de beweging noodgedwongen verandert. Bewustmaking is als voornaamste doelstelling van de beweging voor vrouwenbevrijding, achterhaald. Dank zij de intense belangstelling van de pers de laatste twee jaar en de talrijke mainstreamboeken en –artikels die op dit ogenblik circuleren, is vrouwenbevrijding een alledaagse term geworden. Haar strijdpunten worden besproken en inormele groepen worden gevormd door mensen die geen expliciete banden hebben met een andere groep in de beweging. Puur educatief werk is niet langer een grote nood. De beweging moet andere taken opnemen. Ze moet prioriteiten stellen, haar doelstellingen formuleren en die nastreven op een gecoördineerde manier. Om dat te doen moet ze lokaal, regionaal en nationaal georganiseerd worden.

Principes van democratisch structureren

Eens de beweging niet langer krampachtig vasthoudt aan de ideologie van ‘structuurloosheid’ zal ze vrij zijn om die vormen van organisatie te ontwikkelen die het best zorgen voor het gezond functioneren ervan. Dat betekent niet dat we naar het andere uiterste moeten gaan en de traditionele organisatievormen moeten imiteren. Maar we moeten ze niet blind weggooien. Sommige traditionele technieken zullen nuttig blijken, hoewel niet perfect; sommige zullen ons inzicht geven in wat we niet zouden moeten doen om bepaalde doelstellingen te bereiken met minimale moeite voor de individuen in de beweging. Bovenal zullen we moeten experimenteren met verschillende types van structurering en een diversiteit aan technieken moeten ontwikkelen voor verschillende situaties. Het systeem van ‘loten’ is zo’n idee dat geboren is in de beweging. Het is niet in alle situaties bruikbaar, maar het is nuttig in andere. Er zijn andere ideeën nodig over structurering. Maar voor we intelligent verder kunnen experimenteren moeten we het idee aannemen dat er niets inherent slecht is aan structuur zelf, enkel aan het excessief gebruik ervan.

Terwijl we dit leerproces met vallen en opstaan verderzetten zijn er een aantal principes die we in gedachten kunnen houden die essentieel zijn voor een democratisch structureren en die ook politiek effectief zijn: Delegeren (via democratische procedures) van specifieke autoriteit aan specifieke individuen voor specifieke taken. Mensen zomaar taken of jobs laten opnemen betekent enkel dat je er niet echt op kunt vertrouwen. Als mensen worden geselecteerd om een taak uit te voeren, bij voorkeur nadat ze duidelijk hebben gemaakt dat ze erin geïnteresseerd zijn, hebben ze al een stuk verantwoordelijkheid getoond dat niet gemakkelijk kan worden ontkend. Van iedereen daaraan autoriteit is gegeven moet verwacht worden dat ze er verantwoordelijkheid over afleggen aan diegenen die hen die hebben gegeven. Dit is hoe de groep controle kan uitoefenen over mensen in die autoriteitspositie. Individuen kunnen macht uitoefenen, maar het is de groep die uiteindelijk zeggingschap heeft over hoe die macht wordt uitgeoefend. Distributie van macht onder zo veel mogelijk mensen als redelijk is. Dit verhindert monopolievorming en verplicht er diegenen in machtsposities toe met veel anderen te overleggen. Het geeft ook veel mensen de gelegenheid om verantwoordelijkheid op te nemen voor specifieke opdrachten en zo specifieke ervaring op te doen. Rotatie van taken onder individuen. Verantwoordelijkheden die te lang bij één persoon liggen, formeel of informeel, worden op de duur gezien als het ‘eigendom’ van die persoon en wordt niet gemakkelijk afgenomen of door de groep gecontroleerd. Omgekeerd is het ook zo dat een te hoge rotatiefrequentie ervoor zorgt dat het individu niet de tijd krijgt om de job goed te leren en een gevoel van voldoening te krijgen uit een goed werk. Toewijzing van taken volgens rationele criteria. Iemand selecteren voor een positie omdat ze graag gezien zijn in de groep of ze veel en moeilijk werk geven omdat ze niet graag worden gezien, dient noch de groep noch uiteindelijk het individu zelf. Kundigheid, interesse en verantwoordelijkheidszin moeten de doorslaggevende argumenten zijn. Mensen zou de kans moeten worden geboden vaardigheden te leren die ze nog niet hebben, maar dat gebeurt best via een soort van een systeem van ‘leerjongen/-meisje’ eerder dan het ‘zwemmen of verzuipen’. Een verantwoordelijkheid hebben die je niet aankan is demoraliserend. Omgekeerd is het niet mogen doen van wat je wel kan ook niet bemoedigend om je eigen vaardigheden te ontwikkelen. Vrouwen zijn doorheen het grootste deel van de menselijke geschiedenis gestraft geworden omdat ze competent waren; de beweging moet dit proces niet herhalen. Het verdelen van informatie aan iedereen en zo vaak mogelijk. Informatie is macht. Toegang tot informatie verhoogt de eigen macht. Als een informeel netwerk onderling maar buiten de groep nieuwe ideeën en informatie verspreidt, zijn ze al bezig met een proces van meningsvorming, zonder dat de groep eraan deelneemt. Hoe meer je weet over hoe dingen werken, hoe effectiever je politiek kan zijn. Gelijke toegang tot hulpmiddelen die de groep nodig heeft. Dit is niet altijd helemaal mogelijk, maar er zou naar gestreefd moeten worden. Een lid dat een monopolie heeft over benodigd materiaal (een drukpers of een donkere kamer van haar echtgenoot) kan het gebruik ervan beïnvloeden. Vaardigheden en informatie zijn ook materialen. De vaardigheden van leden en hun informatie kan voor iedereen even toegankelijk worden gemaakt als leden elkaar willen aanleren wat ze weten.

Als deze regels worden toegepast, verzekeren ze dat, welke structuur er ook wordt ontwikkeld door verschillende groepen, die structuur zal worden gecontroleerd door de groepen en er verantwoordelijkheid zullen moeten aan afleggen. De groep van mensen in posities van autoriteit zal diffuus, flexibel, open en tijdelijk zijn. Ze zal niet in een positie zijn om hun macht zomaar te institutionaliseren omdat de uiteindelijke beslissingen door de hele groep zullen worden genomen. De groep zal de macht hebben om te bepalen wie er macht over heeft.